Onderwijs2032
Onderwijs2032 professionalisering Stellingen #2032 Curriculum geen visie Time-out 2032 Platform #onderwijs2032 Vreemde talen onderwijs Overdenkingen Schnabel I Nationaal curriculum
Algemeen
Schoolorganisatie leerstofjaarklassensysteem is failliet! Nederlands onderwijsstelsel Onderwijsverslag 2013-2014 Schooladvies 10 vragen bij OGW Brede school Schoolopbrengsten essentie Condities buitenschoolse opvang Essential Schools Meritocratie en scholen Leeropbrengsten gebruiken Kleine scholen Onderwijs idealisten Onderwijskansenbeleid Onderwijssysteem en creativiteit Onderwijsverslag 2012/2013 OGW in 4 niveaus Pijnpunten basisonderwijs Samenlevingsgerichte school Onderwijstijdschrift JSW Effecten brede scholen Bouwstenen verandercapaciteit Opgestapelde veranderingen Implementatie wet OKE Onderwijsakkoord 2013
bestuur
Functioneren LCTI Invloed sturingsdynamiek VO/MBO Luisterend bestuur
LVS
Begrip door zelftoetsen Functionele toetsvragen Update Citonormen Cito hernormering Citoscore hanteren Citoscore misverstanden Cito spelling toets 1 DTT niet formatief Formatief toetsen Formatief evalueren Leerwinst formatief toetsen Leren van toetsen GAS methodiek De inspectie gaat mank Toetsing en motivatie Kwaliteit toetsen Leerlingvolgsysteem Leren van data Toetsuitslag interpreteren Objectief beoordelen Computer Adaptieve Oefentoetsen Toetsvormen Schoolvaardigheidstoets spelling Formatief toetsen po Cito spelling toets 2 Minder standaardtesten Teaching to the test Een sober leerlingvolgsysteem Testen voor het LVS Toetsen en hulp(middelen) Waarde cito-toets Naar een goede toets Update normeringen Volgen van de ontwikkeling Voorwaarden formatieve toetsing Wegcijferen door toetsen Referentieniveaus po
LVS - DLE
Uitleg DLE DLE geschiedenis DLE kritiek weerlegd
LVS - Eindtoets
Centrale eindtoets Onderwijsinspectie eindtoets Gevolgen verplichte eindtoets Eindtoets overbodig Route 8 en IEP eindtoets Gelijke kansen Verplichting Eindtoets ongewenst Eindtoets Engels
LVS - Kleuters
Groep 1 en 2 niet toetsen Kleuters en inspectie Kleuters toetsen Kleuters zonder cito Stop de kleutertest
LVS - leestoetsen
Voorbereiden op toetsen Leesrijpheid toetsen Leesrijpheid deel 1 Leesrijpheid deel 2 Leesrijpheid deel 3 Data analyse Grip op leesbegrip Woordenschattoets
Ouders
Ouderbeleid achterstandsleerlingen Ouderparticipatie nieuwe leren Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po Participerende ouders Studiekeuze vmbo
profiel
Identiteit school Marktgerichte school Open dag school School met pit School profileren Schoolprofilering Website verbeteren Schoolinterieur Social media school
Onderwijskwaliteit
Onderwijstijd Brede vorming Groepsgrootte Schoolgrootte Onderwijsachterstandenbeleid Kwaliteit in de klas Ontwikkeling kwaliteitszorg Kwaliteitszorg onderzoek Kwaliteitszorg po Leren zichtbaar maken Formatieve assessment Onderwijskwaliteit po 2009 2012 Educational governance Sturen kwaliteit po Opbrengstgericht werken Overladenheid Perspectieven kwaliteit Publicatie eindtoets Streven naar kwaliteit po Onderwijsontwikkeling Visitatie onderwijs 2 Visitatie onderwijs 1
Sociaal
Sociale context scholen
Samenwerken
Lerende netwerken Duobanen
Differentiatie
DifferentiŽren is te leren
Leiding geven
Balans in basisbehoeften Schoolleider als hitteschild HRM schoolprestaties Visie en kernwaarden Leiderschap tonen Leidinggeven autonomie Pedagogisch leiderschap Luisteren bij leiderschap Sturen door luisteren Responsief leiderschap AOC Positie schoolleider Stakeholders Teamontwikkeling Onderwijskundig leiderschap
Onderwijssysteem
Uitgangspunt van leren 21st century skills Persoonlijk leren Doorstroom groene beroepskolom Resultaten arbeidsmarkt Continurooster Onderwijsstelsels Keuze vervolgopleiding mbo Gemeentelijke beleid Leerplan in beeld nieuwe leren po Leerlingpopulatie en resultaten Vier centrale functies onderwijs Schoolkenmerken cognitieve prestatie Adaptief onderwijs
Burgerschap
Burgerschapsonderwijs
Schoolontwikkeling
Beleid zwakpresterende school po Duurzame schoolontwikkeling Lokale Educatie Agenda LEA Kwaliteitszorg po Kwaliteitszorg innovatie Leernetwerken po Leeromgeving De lerende school Onderwijs- en schoolontwikkeling Ontwikkelen van wijsheid
Beroepsonderwijs
Aansluiting overgangen po/vo en vmbo/mbo Werken en leren Formatieve beoordeling docenten Verpleegkundig onderwijs evalueren Ontwikkeling vakmanschap Publieke waarde MBO Groene mbo duurzaamheid
Problemen
Onderwijsachterstandenbeleid periode 2005 2009 Onderwijsachterstanden OAB Onderwijsachterstanden 1988 2002 Onderwijsachterstandenbeleid vve/po
VO en MBO
WetenschapsoriŽntatie Integratie wiskunde Passend Onderwijs IMPROVE methode metadenken Nederlands leerprestaties Motivatie leerlingen Motivatie onderwijs in groepen Motivatie onderbouw vo Professionele leergemeenschappen Professionele leergemeenschappen Schoolkeuze havo/vwo Management en organisatie Motivatie verhogen TIME Wiskundige denktactiviteit Leren van teksten Heterogene brugklas
VVE
Aansluiting VVE en schoolloopbaan Beleid onderwijsachterstanden PO Onderwijsachterstandenbeleid Effecten vroegschoolse educatie Gemeenten schoolbesturen Effectiviteitskenmerken Doelgroepkinderen
Passend onderwijs
Onderwijszorgroute Clusteren van leerlingen Integratie Downsyndroom Vroegtijdig verwijzen Handelingsgericht passend onderwijs Instrumenten passend onderwijs Integratie onder Rugzak beleid OPP en IQ Rugzakbeleid LGF Luc Stevens over passend onderwijs Onafhankelijkheid CvI s Kwaliteit met NSCCT Ontwikkeling voorwaarden Ontwikkelingsperspectief OPP als groeimodel Regionale Expertise Centra Passend onderwijs Brede school en integratie Integratieklas ZML Kengetallen vervolgmeting Inzet klassenassistent Leerkracht en Passend Onderwijs Passend onderwijs VO Regionale ontwikkeling Ruimte voor leraren Zorgstructuren po/vo Aanpak po/vo Bureaucratie leerlingenzorg Weer Samen Naar School Toelaatbaarheid
Engels
Tweetalig onderwijs TTO schoolprestaties
Arbeidsvoorwaarden
Functiemix en salaris

 

Wat zijn de belangrijkste factoren op basis waarvan een leerling vmbo kiest voor een vervolgopleiding naar het mbo?

Geplaatst op 31 mei 2016

Samenvatting

Leerlingen kiezen een mbo-opleiding vooral op basis van interesse in het vakgebied, het carrièreperspectief en de beïnvloeding door anderen. Dat blijkt uit empirische onderzoeken meestendeels gebaseerd op zelfrapportages. De theorie suggereert echter dat leerlingen voor een studie kiezen op basis van hun ervaringen en intuïtie. Keuzebegeleiding zou daarom niet alleen objectieve informatie moeten verstrekken, maar vooral persoonlijke aandacht moeten hebben voor de brede ontwikkeling van de leerling.

De meeste empirische onderzoeken zijn gebaseerd op zelfrapportages door leerlingen. Zij geven zelf aan dat zij een mbo-opleiding (techniek en economie) kiezen op basis van interesse in het vakgebied, het carrièreperspectief en beïnvloeding door anderen, in die volgorde. De school en locatie van de school zijn minder relevant en reisafstand is het minst belangrijk, hoewel de reistijd maximaal 30-60 minuten mag zijn.

Weinig rationeel handelen

De vraag is wat de waarde is van zelfrapportages over het keuzeproces. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen vaak de werkelijke drijfveren en oorzaken van hun eigen gedrag niet kennen (Aarts e.a., 2014). Veel keuzes worden onbewust gemaakt, waarna achteraf een aannemelijke verklaring voor gedrag wordt geconstrueerd (postrationalisatie). Ook met betrekking tot profiel-, studie en beroepskeuze tonen diverse empirische onderzoeken aan dat jongeren weinig rationeel handelen (in termen van arbeidsmarkt en carrièreperspectief). De genoemde keuzefactoren hoeven dus niet overeen te komen met de werkelijk doorslaggevende redenen.

In een reviewstudie over studiekeuze onder jongeren komt naar voren dat studiekeuze voornamelijk gebaseerd is op intuïtie, ervaringen van de leerling zelf en van anderen, geruchten en percepties (Meijers, Kuijpers & Winters, 2010). De keuze voor een studie blijkt dus maar in beperkte mate rationeel te zijn. De studiekeuze wordt beïnvloed door de brede ontwikkeling van een individuele leerling, variërend van de cognitieve ontwikkeling tot familierelaties (voor techniekstudenten is het bijvoorbeeld relevant dat vaders ook in technisch beroep werkzaam te zijn).

Loopbaanbegeleiding

Internationaal onderzoek toont aan dat loopbaan- en keuzebegeleiding van invloed is op het studiekeuzeproces. Alhoewel loopbaanbegeleiding dus effect sorteert, laat onderzoek ook zien dat het persoonlijke leven van de student in relatie tot de loopbaan onvoldoende wordt belicht. De begeleider blijft vaak hangen in de rol van informatieverstrekker. De gesprekken gaan veelal over studiesucces, zoals cijfers, en in mindere mate over loopbaanontwikkeling (Winters e.a., 2009).

Carrousel

Snippe e.a. (2010) rapporteren over een andere manier van loopbaanbegeleiding, de vmbo Carrousel (gericht op de sector Zorg en Welzijn). Dit is een intensieve manier van loopbaanbegeleiding waarbij leerlingen met bijvoorbeeld bezoek aan organisaties en bedrijven een beter beeld krijgen van de beroepspraktijk. Het idee is dat ze door deze beroepsoriëntatie een bewustere keuze maken voor een vervolgopleiding en minder zullen switchen van opleiding in het mbo. Deelnemers aan de vmbo Caroussel switchen inderdaad minder dan niet-deelnemers. Een belangrijke factor hierbij is dat de inhoud van het beroep/vak wordt verkend en minder het carrièreperspectief.

Om zijn keuzeproces te ondersteunen is het belangrijk dat de identiteit, het richtingsgevoel en de loopbaancompetenties bij de leerling worden ontwikkeld. Leerlingen moeten inzicht krijgen in voor hen belangrijke waarden en de wijze waarop zij deze kunnen inzetten in de ontwikkeling van een loopbaan. Persoonlijke begeleiding en aandacht voor de brede ontwikkeling van de leerling zijn dus van belang.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Sjerp van der Ploeg
Vraagsteller: adviseur onderwijsorganisatie voor vmbo en mbo

Vraag

Wat zijn de belangrijkste factoren op basis waarvan een leerling vmbo kiest voor een vervolgopleiding naar het mbo?
Bovenstaande vraag is opgedeeld in drie deelvragen:

  1. Op basis van welke factoren kiezen vmbo-leerlingen voor een vervolgopleiding in het mbo?
  2. Wat is er bekend over het onderlinge gewicht van die factoren?
  3. Welke relevante verschillen in bovenstaande factoren zijn er eventueel tussen groepen leerlingen aanwijsbaar? Specifiek gaat het hierbij om verschillen tussen leerlingen uit de vier leerwegen, maar mogelijk zijn ook andere verschillen relevant (bijvoorbeeld naar geslacht).

Kort antwoord

Wat zijn de belangrijkste factoren op basis waarvan een leerling vmbo kiest voor een vervolgopleiding naar het mbo? Uit onderzoek blijkt dat, op volgorde van belang, interesse in het vakgebied, het carrièreperspectief, beïnvloeding door anderen, de school en de locatie door leerlingen als keuzefactoren worden aangedragen. De meeste empirische onderzoeken zijn echter gebaseerd op zelfrapportages, waarvan te betwisten is of dit inzicht geeft in de werkelijke doorslaggevende factoren. De theorie suggereert namelijk dat studiekeuze veelal gebaseerd is op de ervaringen en intuïtie van een leerling, alhoewel hierover weinig empirische studies bekend zijn. Op basis van deze bevindingen kan gesteld worden dat interventies die gericht zijn op het verstrekken van objectieve informatie (bv. studiekeuzetests, open dagen) van belang zijn voor de oriëntatie van de leerling, maar dat persoonlijke aandacht voor de brede ontwikkeling van de leerling een belangrijkere factor kan spelen in het studiekeuzeproces (bv. intuïtie, ervaringen).

Antwoord

Globaal zijn twee theorieën te onderscheiden die relevante inzichten bieden in studiekeuzes van jongeren. De eerste is de rationele keuze theorie die veronderstelt dat leerlingen op basis van kosten- en batenanalyses een weloverwogen studiekeuze maken. In de afgelopen vijftien jaar heeft een tweede stroming meer aandacht gekregen waarin verondersteld wordt dat studiekeuze geen rationeel, maar een intuïtief proces is.

Determinanten voor studiekeuze

De meeste empirische onderzoeken zijn gebaseerd op zelfrapportages door leerlingen. Hieruit blijkt dat determinanten voor de keuze mbo-opleiding (techniek en economie) op volgorde van belang zijn: interesse in vakgebied, het carrièreperspectief en beïnvloeding door anderen. De school en locatie van de school zijn minder relevant dan interesse in vakgebied. Reisafstand is als minst belangrijk aangegeven. Het onderwijsaanbod blijkt evenwel op maximaal 30-60 minuten reisafstand te moeten liggen. Verder blijkt voor techniek- studenten relevant dat vaders ook in technisch beroep werkzaam te zijn (techniek of bouw). Hier is mogelijk parallel met agrarisch onderwijs. Voor leerlingen met niet-‘groene’ ouders is de stap naar groen onderwijs misschien erg groot (Cörvers e.a., 2005). Een reviewstudie toont verder aan dat schoolcijfers van invloed zijn op de studiekeuze van middelbare schoolleerlingen (Meijers, Kuijpers & Winters, 2010). Ook de sociale omgeving is van invloed op de studiekeuze, waaronder voornamelijk de ouders van een leerling. Er is daarbij een klein verschil te zien tussen leerlingen van autochtone en allochtone afkomst. Allochtone leerlingen verwerven meer informatie bij docenten en klasgenoten. Vrienden en kennissen worden vaak gebruikt om ideeën uit te wisselen, maar die ideeën worden niet direct opgevolgd, dus zijn uiteindelijk weinig invloed op studiekeuze (Oosterkamp, 2012).

De vraag is wat de waarde is van zelfrapportages over het keuzeproces. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen vaak de werkelijke drijfveren en oorzaken van hun eigen gedrag niet kennen (Aarts e.a., 2014). Veel keuzes worden onbewust gemaakt, waarna achteraf een aannemelijke verklaring voor gedrag wordt geconstrueerd (postrationalisatie). Ook met betrekking tot profiel-, studie en beroepskeuze tonen diverse empirische onderzoeken aan dat jongeren weinig rationeel handelen (in termen van arbeidsmarkt en carrièreperspectief). De genoemde determinanten hoeven dus niet overeen te komen met de werkelijke factoren die doorslaggevend geweest zijn. In een reviewstudie over studiekeuze onder jongeren komt naar voren dat studiekeuze voornamelijk gebaseerd is op intuïtie, ervaringen van de leerling zelf en van anderen, geruchten en percepties (Meijers, Kuijpers & Winters, 2010). Empirisch onderzoek om deze theorie te ondersteunen is echter lastig uit te voeren, omdat bestaande theoretische modellen veelal gebaseerd zijn op de rationele keuzetheorie.

Uit een onderzoek op het Wellant college, blijkt dat VMBO-leerlingen hun studiekeuze relatief laat maken en ze een vrij passieve houding laten zien. Uit een enquête en het focusinterview blijkt dat een groot deel van de VMBO-leerlingen zich tot het einde van het vierde leerjaar van het VMBO nog weinig met hun vervolgstudie hebben beziggehouden. Met name een groot deel van de jongens en leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg (beide > 34%) heeft ook pas op het allerlaatste moment een definitieve studiekeuze gemaakt (Oosterkamp, 2012). Een ander zelfrapportage onderzoek bevestigt het belang van het tijdig nadenken over studiekeuzes. Leerlingen gaven namelijk aan dat het beeld dat ze kregen bij de voorlichting over studies en de mate van nadenken over de studiekeuze van invloed zijn op het beëindigen van de mbo opleiding in het eerste jaar (Zijlstra & Meijers, 2006, 2008). Mogelijke interventies die op deze factoren in kunnen spelen zijn o.a. informatie over vervolgopleidingen, loopbaanbegeleiding en stages. Enkele voorwaarden voor effectieve interventies worden verderop in dit artikel beschreven.

Verschillen tussen leerlingen

Onderzoek toont aan dat meisjes gemiddeld een bewustere studiekeuze maken dan jongens. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jongens, gezien de latere rijping van hun brein, moeite hebben met het maken van een bewuste keuze. Daarnaast is gevonden dat jongens hun keuze in relatie tot meisjes sterker laten beïnvloeden door materiële motieven (bv. salaris) dan expressieve motieven (bv. interesse). Onderzoek van Germeijs (2006) in het hoger onderwijs toont aan dat het persoonlijkheidskenmerk besluiteloosheid en een minder goede relatie met de moeder van invloed zijn op de studiekeuze. Deze bevindingen bevestigen dat studiekeuze in beperkte mate rationeel is en beïnvloed wordt door de brede ontwikkeling van een individuele leerling, variërend van de cognitieve ontwikkeling tot familierelaties. Dit toont het belang van een brede benadering van de studiekeuze van de leerling aan.

De invloed van interventies

Onderzoek naar interventies waarin het geven van meer en betere informatie over arbeidsmarktontwikkelingen centraal staat, laat zien dat het beschikken over meer en betere informatie over arbeidsontwikkelingen niet resulteert in méér keuzes voor bèta/technische studies, ook al bieden deze studies betere economische vooruitzichten dan andere studies (Geurts en Meijers, 2003). Met betrekking tot het gebruik van informatiebronnen komen de resultaten van het onderzoek op het Wellant college overeen met de literatuur. Het internet speelt een grote rol in de oriëntatie op opleidingen en studierichtingen en voorlichtingsdagen van MBO-opleidingen worden gezien als een goede manier om inhoudelijk meer te weten te komen over de opleiding naar keuze. Inwinnen van informatie gaat via tweetrapsmodel: het internet, folders en brochures worden voornamelijk gebruikt om globale informatie in te winnen over opleidingen. Vervolgens worden open dagen gebruikt om inhoudelijk meer te ontdekken over de opleiding. Deze informatie is vooral bedoeld ter oriëntatie, maar lijkt niet doorslaggevend te zijn in het keuzeproces.

Meijers, Kuijpers en Bakker (2006) constateren op basis van een vragenlijstonderzoek onder VMBO- en MBO-leerlingen dat de grote meerderheid geen loopbaancompetenties en ook geen beroepsgerelateerde
identiteit ontwikkelt. Dit verklaart waarom campagnes, gericht op het stimuleren van rationele keuzes van jongeren, nauwelijks effect sorteren. Van der Molen Kuipers (2013) sluit zich hierbij aan. Leerlingen strepen min of meer intuïtief minder aantrekkelijke mogelijkheden weg. Ook andere onderzoeken bevestigen dat leerlingen een studiekeuze maken zonder een duidelijk beeld te hebben van het beroep of de baan.

Internationaal onderzoek toont aan dat loopbaan- en keuzebegeleiding van invloed is op het studiekeuzeproces. Een Nederlandse reviewstudie toont echter aan dat de wijze waarop LOB in de Nederlandse praktijk vorm krijgt, deze invloed beperkt. Zo blijkt onder andere dat intensieve individuele begeleiding wenselijk is (Meijers, Kuipers & Winters, 2010). Aan het nut en invloed van beroepskeuzetests wordt in de literatuur getwijfeld. Toch blijkt ook dat jongeren aangeven deze te gebruiken om de aanvankelijke interesses en studiemogelijkheden te bepalen. Een kleinschalig effectonderzoek onder ruim honderd vmbo- en mbo leerlingen laat zien dat een competentietest in combinatie met persoonlijke aandacht voor de leerling tijdens een gesprek, waarin bijvoorbeeld mogelijkheden in de regio en baanperspectieven besproken worden, ouders, leerlingen en decanen tot nieuwe inzichten kan brengen over studiekeuzes. Het gesprek is hierbij een kritische factor (Osinga, 2008). Alhoewel loopbaanbegeleiding dus effect sorteert, toont onderzoek aan dat het persoonlijke leven van de student in relatie tot de loopbaan onvoldoende belicht wordt en de begeleider veelal blijft hangen in de rol van informatieverstrekker. De gesprekken gaan veelal over studiesucces, zoals cijfers, en in mindere mate over loopbaanontwikkeling (Winters e.a., 2009).

Snippe e.a. (2010) rapporteren over de vmbo Carrousel (gericht op loopbaanbegeleiding in vmbo voor de sector Zorg en Welzijn). Dit is een intensieve manier van loopbaanbegeleiding waarbij leerlingen met bijvoorbeeld bezoek aan organisaties en bedrijven een beter beeld krijgen van de beroepspraktijk. Door deze beroepsoriëntatie is het idee dat zij bewustere keuze maken voor vervolgopleiding en minder zullen switchen van opleiding in het MBO. Inzet van dit instrument leidt inderdaad tot significante verschillen tussen experiment en controlegroep in leerwegen TL/GL en tot niet-significante effecten in leerwegen KB/BB. Deelnemers aan de VMBO Caroussel switchen minder dan niet-deelnemers. Een belangrijke factor hierbij is het verkennen van de inhoud van het beroep/vak en minder het carrièreperspectief. Dit sluit aan bij bevindingen waarin gesteld wordt dat interesse van een leerling belangrijk is en dat de leerling dient te ontdekken hoe hij/zij haar/zijn waarden in kan zetten in de loopbaan.|

Diverse onderzoeken onderschrijven het belang van het ontwikkelen van de identiteit, richtingsgevoel en loopbaancompetenties bij de leerling om het studiekeuzeproces te kunnen ondersteunen (Kuijpers, 2003; Kuijpers & Scheerens, 2006; Kuijpers, Schyns & Scheerens, 2006). Van belang hierbij is dat leerlingen inzicht krijgen in voor hen belangrijke waarden en de wijze waarop zij deze kunnen inzetten in de ontwikkeling van een loopbaan. Persoonlijke begeleiding en aandacht voor de brede ontwikkeling van de leerling zijn dus van belang. Dit biedt nieuwe inzichten in de mogelijke aard van loopbaanbegeleiding in Nederland.

Geraadpleegde bronnen

  1. Aarts, N., Muijres, M., & Wijngaert van de L. (2014). Kiezen doe je niet alleen. Een literatuurstudie naar de rol van de sociale context bij studiekeuze onder jongeren. Enschede-Wageningen: Universiteit Twente/ Wageningen Universiteit.
  2. Boer, P. den, Mittendorff, K. & Sjenitzer, T. (2004). Beter kiezen in het (v)mbo. Een onderzoek naar keuzeprocessen van leerlingen in herontwerpprojecten Techniek in VMBO en MBO. Wageningen: Stoas Onderzoek.
  3. Cörvers, F., Coenen, J., Heijke, H., & Montizaan, R. (2005). Het technisch beroepsonderwijs in het Technogebied Zuidoost-Nederland Spreiding, deelname en de aansluiting met de regionale arbeidsmarkt, Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde, Universiteit Maastricht, http://digitalarchive.maastrichtuniversity.nl/fedora/get/guid:997731a9-405a-4883-b628-392670433dfb/ASSET1
  4. Meijers, F., Kuijpers, M., & Winters, A. (2010). Studie- en beroepskeuze: een rationeel proces? Op 25 maart geraadpleegd via: http://www.lob4mbo.nl/files/11.7-12%20studie%20en%20beroepskeuze_HEO54.pdf.
  5. Molen Kuipers van der E. (2013). Leren (kiezen) vanuit persoonlijke interesses. Ontwikkeling van persoonlijke interesses en schoolkeuzes in de belevingswereld van vmbo leerlingen en de rol van de sociale omgeving. Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen
  6. Oosterkamp, R. (2012). En later word ik….? Een onderzoek naar het studiekeuzeproces van VMBO-leerlingen. Masterscriptie Onderwijskunde. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, http://dare.uva.nl/cgi/arno/show.cgi?fid=557225
  7. Osinga, A. (2008). De CWI competentietest als studiekeuzebegeleidingsinstrument. Twente: Universiteit Twente. Op 28 maart geraadpleegd via: http://essay.utwente.nl/58384/1/scriptie_A_Osinga.pdf
  8. Snippe, B., Zimmerman, E., & Bieleman, C. (2010). Resultaten vervolgmeting 2010 vmbo Carrousel. Groningen/Rotterdam: Intraval. http://www.intraval.nl/pdf/ECN_d36.pdf
  9. Winters, A., Meijers, F., Kuijpers, M. & Baert, H. (2009). What are vocational training conversations about’ Analysis of vocational training conversations in Dutch vocational education from a career learning perspective. Journal of Vocational Education and Training, 61, 3 (sep 2009), 247-266.

Gerelateerd

Leesvaardigheid in het mbo
Leesvaardigheid in het mbo
Met een betere leesvaardigheid meer succes in opleiding en beroep
Medilex Onderwijs 
Gelijke kansen
Sociaal milieu nog altijd van invloed op schoolloopbaan
Annemieke van Nifterik
Iedere ouder telt
Iedere ouder telt - de vitale plek van ouders in de schoolloopbaan
Anne van Hees
Overgangen
Overgangen in de schoolloopbaan van leerlingen, cruciaal voor onderwijszorg
Arjan Clijsen

4C/ID-model
Wat is het effect van het gebruik van het 4C/ID model op de kwaliteit van de les?
Keuze vervolgopleiding mbo
Wat zijn de belangrijkste factoren op basis waarvan een leerling vmbo kiest voor een vervolgopleiding naar het mbo?
Werkplekleren in het beroepsonderwijs
Welke factoren zijn van invloed op de kwaliteit van werkplekleren in het beroepsonderwijs?
Competenties docent beroepsonderwijs
Welk handelingsrepertoire heeft een docent beroepsonderwijs nodig in een praktijknabije leeromgeving?
Kenmerken MBO-studenten
Wat zijn de specifieke kenmerken van mbo studenten niveau 3 voor curriculumontwerp?
Invloed sturingsdynamiek VO/MBO
Invloed sturingsdynamiek op onderwijspraktijk van voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Een Groen Lyceum
Een Groen Lyceum
Aansluiting overgangen po/vo en vmbo/mbo
Aansluiting en overgangen tussen po en vo en tussen vmbo en mbo
Doorstroom groene beroepskolom
Doorstroom in de groene beroepskolom
Techniek en vakmanschap
Differentiatie binnen beroepsgerichte lessen Techniek & Vakmanschap
Computergames wiskunde
Gebruik van computergames bij wiskunde in het beroepsonderwijs
Verbeteren rekenvaardigheid mbo
Verbeteren van rekenvaardigheid mbo-leerlingen met een serious game
Groene mbo duurzaamheid
Verankering van duurzaamheid in het groene beroepsonderwijs
Computergames wiskunde reflectie
Gebruik van computergames bij wiskunde in beroepsonderwijs: reflectie
Differentiatie rekenles mbo
Differentiatie in de rekenles in het mbo
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.