Algemeen
Nakijken leerlingenwerk Vreemde talen Leren met kunst Hogere denkvaardigheden Kunst in curriculum Kunst in de les Leerinhouden Methode kiezen Kind is mÚÚr dan getal
Ouders
Digitaal oefenen taal rekenen vo
Rekenen
Beter leren rekenen po Beter rekenonderwijs Clusteren rekenonderwijs Citotoets rekenen groep 1 2 Cognitieve voorstellingen wiskunde Computerspelletjes Differentiatie voorbereiding Differentiatie rekenles mbo Digitaal assessment Dyscalculie kenmerken Hersengedrag rekenonderwijs po Leren klokkijken Leereffecten computerspel kleuters Leerlijn rekenen Leerlijnen de baas Motivatie pro-leerlingen Verdieping reken wiskundeonderwijs po Ontwikkelingspaden Opbrengstgericht werken en rekenproblemen Referentieniveau 1F Prentenboeken voorlezen Interactieve wiskundelessen Rekenachterstand po Rekenen automatiseren Beeldende opgaven Rekenachterstand wegwerken Mindset bij rekenen Taal in rekenen StrategieŰn leerlingen Voorkomen van rekenproblemen Rekenproces in de rekenles Getalbegrip werkgeheugen Schatten en rekenen Singapore rekenen Rekentaalkaart Tafels leren Instructievormen sbo Rekenonderwijs breuken Evaluatie groep 3 po Vertaalcirkel 1 Vertaalcirkel 2 Vertaalcirkel 3 De vertaalcirkel hulpmiddel Vertaalcirkel kleuters Tips zwakke rekenaars Diagnosticerend onderwijzen bij rekenen
Taal
Algoritmische benadering spelling Geletterdheid adolescente risicoleerlingen Begeleid hardop lezen Schrijfvaardigheid maatschappijvakken Zelfcontrole talen Woordenschat differentiatie Taallijn peuters kleuters Interactief taalonderwijs Taal bij het jonge kind NT2 bij migrantenkinderen Is muziekonderwijs een hulpmiddel bij taal? OGO bovenbouw Meertalige contexten Schooltaal woordenschat po Taalontwikkeling NT2-stimuleren taalontwikkeling Taalgericht onderwijs Goed taal- en leesonderwijs Rijk taalaanbod Taalachterstand Taalles als taallab Taalonderwijs BBL Taal en omgeving Tweetaligheid Woordenschat uitbreiden Woordenschat en ICT Woordenschatlessen Tips woordenschat
Lezen
Effectief leesonderwijs Begrijpend lezen Leesdorst lessen - 1 Leesdorst lessen - 2 Begrijpend lezen vak Boekenmaatjes voorlezen Close Reading Denkend lezen Goede schoolteksten Leerstijlen Digitaal voorleesprogramma DIVO Effecten digitaal leermiddel Aanpak begrijpend lezen Leesonderwijs ZML Leesonderwijs ZML 1 Schrijven en lezen Interactief voorlezen Vmbo leerlingen Leescoaches Slechthorende dove leerlingen Letters leren Effectief leren spellen Lezen en spellen Tips motivatie lezen technisch begrijpend studerend lezen Begrijpend lezen po Begrijpend leesresultaten Pictoverhalen lezen Woordenschat leesbegrip Leuke schoolteksten Leesbegrip zaakvakken po Begrijpend luisteren en lezen Leesvaardigheid zaakvakken Leesprestaties groep 6 po 2011 Vloeiend lezen
Lezen - dyslexie
Begeleiding dyslexie Gave van dyslexie Dyslexie behandeling Dyslexie en depressie Dyslexie kenmerken Krachtig anders leren Lettertype Dyslexie Ontwikkelingsdyslexie Dyslexieverklaring terecht? Tijdig signaleren Dyslexie tips Eindexamen en dyslexie Interventies dyslexie
Samenwerken
Veranderaanpak leerKRACHT 2013 2014
Schrijven
Schrijfonderwijs verbeteren Academische synthesistaken Schrijfvaardigheid onderbouw VMBO HAVO VWO Verbetering schrijven po
Spelling
Spellingvaardigheid De speller Spelling instructie Spelling methode Expliciete instructie Opbrengstgericht werken bij spelling Leren spellen Spelling oefenen Spelling toetsen Spellingtraining Spellen en stellen
Burgerschap
Burgerschapsonderwijs VO Invloed scholen burgerschap leerlingen Socialisatie leerlingen Gescheiden onderwijs Burgerschapscompetenties Video games vo
Gym
Effect beweging Spel en beweging Samenwerkend leren bij gym Springen en rennen
Beroepsonderwijs
Computergames wiskunde Computergames wiskunde reflectie Ge´ntegreerd taal/vakonderwijs meerwaarde woordenschat citotoetsen
Techniek
Techniek en vakmanschap Practicum als onderwijsactiviteit Fascinerende ontdekkingen Empirische cyclus (1) Techniek: Leren door doen Empirische cyclus (2) Techniek talent Techniek attitude Vliegwielen begrijpend lezen po
VO en MBO
Kenmerken MBO-studenten
Kunst
Assessment kunsteducatie Componeren Cultuurprofiel Kind centraal Tien effecten van kunst Kunstonderwijs Muziekeducatie Praten over kunst Tekenles Cultuurco÷rdinator
Engels
Stimulering leesvaardigheid vo
Exacte vakken
TIMSS-2015 Programmeren Exacte vakken 2008 Exacte vakken 2007 Exacte vakken 2011 Internationaal basiSS 2015 Interesse voor bŔta

 

Wat is er bekend over de effectiviteit van het practicum voor het verwerven van (theoretische) begrippen uit de bŔtavakken?

Geplaatst op 17 augustus 2016

Samenvatting

Practicum kan verwijzen naar veel verschillende onderwijsvormen zoals traditionele practica, onderzoekspractica en demonstratiepractica. Traditionele practicumvormen, die dienen ter bevestiging of illustratie van eerder onderwezen theorie, blijken weinig effectief te zijn om leerlingen (theoretische) begrippen te laten verwerven. Onderzoekspractica bieden meer kansen om hieraan bij te dragen, maar ze zijn niet altijd effectief. Demonstratiepractica tot slot blijken zeer wisselend effectief in vergelijking met leerlingpractica.

Practica zijn onderwijsleeractiviteiten waarmee objecten of materialen kunnen worden gemanipuleerd. Afhankelijk van wie het manipuleren voor zijn rekening neemt (leerlingen of leraar) gaat het om leerlingpractica of demonstratiepractica. We onderscheiden twee soorten van leerlingpractica: traditionele practica en onderzoekspractica.

De effectiviteit van practica is de mate waarin leerlingen aan de hand van het practicum leren wat vooraf de bedoeling was (in dit geval: theoretische begrippen). Het is niet voldoende als leerlingen bij een practicum enkel doen wat vooraf de bedoeling was. Leraren blijken er over het algemeen prima in te slagen om practicumactiviteiten van leerlingen te sturen. De moeilijkheid zit erin om leerlingen ook nieuwe inzichten te laten ontwikkelen en dat lukt veel minder vaak.

Traditionele practica

Practica kunnen verschijnselen verhelderen of natuurwetenschappelijke principes bevestigen. De werkwijze is dan (grotendeels) aan leerlingen voorgeschreven en bevestigt of illustreert theorie. Traditionele leerlingpractica blijken over het algemeen maar weinig bij te dragen aan de vakinhoudelijke inzichten van leerlingen. Ze hebben veelal onvoldoende kwaliteit om deze kennis effectief te verdiepen.

Dat zou komen omdat ze nauwelijks een beroep doen op hogere denkvaardigheden van leerlingen, zoals analyseren, synthetiseren en evalueren. Bovendien is er weinig aandacht voor de verbinding van theorie en praktijk, bijvoorbeeld in de vorm van overleg en discussie. De nadruk ligt vaak op het volgen van stappen om tot een bepaalde uitkomst te komen, zonder dat leerlingen daarbij zelf hoeven na te denken (‘kookboekpractica’). Als dit type practicum leerlingen meer mogelijkheden biedt om na te denken, zou de kwaliteit ervan kunnen verbeteren.

Belangrijk is dat leerlingen zich goed voorbereiden op een practicum en dat er inhoudelijke discussie plaatsvindt voor- en achteraf. Bovendien is het handig om practica zo in te plannen dat een aantal opeenvolgende practica een beroep doet op dezelfde labvaardigheden. Zo hoeven leerlingen zich niet voor elk volgend practicum nieuwe vaardigheden eigen te maken. Tot slot is het goed om de doelstellingen van een practicum duidelijk af te bakenen en daar het practicum op te richten.

Onderzoekspractica

Onderzoekspractica stimuleren leerlingen om zelf actief bezig te zijn. Daarbij worden denken en doen afgewisseld om meer inzicht te krijgen in een verschijnsel of een probleem.

Onderzoekspractica blijken over het algemeen effectiever in het uitbreiden van vakinhoudelijke kennis dan traditionele practica en theorielessen. Didactische benaderingen die het (actief) denken van leerlingen stimuleren en waarbij relatief veel aandacht is voor het trekken van conclusies op basis van gegevens, leiden tot meer vakinhoudelijk inzicht. Het blijkt echter moeilijk om overleg tussen leerlingen over hun onderzoek te stimuleren. De rol van de leraar luistert bovendien nauw. Enerzijds is onderzoeksgericht onderwijs vaker effectief als leerlingen verantwoordelijkheid over het leerproces krijgen. Anderzijds geldt dat ook als de leraar enige regie heeft.

Demonstratiepractica

Diverse onderzoeken laten zien dat er over het geheel geen verschillen in leeropbrengsten te verwachten zijn tussen leerling- en demonstratiepractica. Uit ander onderzoek blijkt dat leerlingpractica (meer specifiek onderzoekspractica) tot betere leeropbrengsten leiden. Een recent onderzoek van Winkelmann en Erb (2014) liet daarentegen weer zien dat leerlingen die slecht presteerden bij het vak natuurkunde, over het algemeen duidelijk meer baat hadden bij de demonstratiepractica.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Rutger van de Sande
Vraagsteller: Docent vo-instelling

Vraag

Wat is er `in de wetenschap’ bekend over de effectiviteit van de werkvorm practicum voor het verwerven van (theoretische) begrippen uit de bètavakken? Welke (leer-)mechanismen kunnen deze effectiviteit verklaren?

Kort antwoord De werkvorm ‘practicum’ kan verwijzen naar veel verschillende onderwijsvormen zoals traditionele practica, onderzoekspractica en demonstratiepractica:

  • Traditionele practicumvormen (waarbij het practicum dient ter bevestiging of illustratie van eerder onderwezen theorie) blijken in de regel weinig effectief te zijn om leerlingen (theoretische) begrippen te laten verwerven.
  • Onderzoekspractica bieden meer kansen om effectief bij te dragen aan het verwerven van begrippen uit de bètavakken. Het is echter niet zo dat onderzoekspractica altijd effectief zijn.
  • Demonstratiepractica tot slot blijken zeer wisselend effectief in vergelijking met leerlingpractica.

Toelichting antwoord

Inkadering van de vraag

Practica kunnen worden gedefinieerd als onderwijsleeractiviteiten die gekenmerkt worden door het bestuderen en manipuleren van objecten of materialen. Afhankelijk van wie het manipuleren voor zijn rekening neemt (leerlingen of leraar) kan het gaan om leerlingpractica of demonstratiepractica. We onderscheiden twee soorten van leerlingpractica: traditionele practica en onderzoekspractica.

De effectiviteit van practica wordt hier gedefinieerd als de mate waarin leerlingen aan de hand van het practicum leren wat vooraf de bedoeling was (in dit geval: theoretische begrippen). Het is niet voldoende als leerlingen bij een practicum enkel doen wat vooraf de bedoeling was. Leraren blijken er over het algemeen prima in slagen om practicumactiviteiten van leerlingen te sturen. De moeilijkheid zit erin om leerlingen ook nieuwe inzichten te laten ontwikkelen en dat lukt veel minder vaak.

Theoretische kennis verwerven met practica

Traditionele practica

Practica kunnen eruit bestaan verschijnselen te verhelderen of natuurwetenschappelijke principes bevestigd te zien. De werkwijze is dan (grotendeels) aan leerlingen voorgeschreven en bevestigt of illustreert theorie. Traditionele leerlingpractica blijken over het algemeen maar weinig bij te dragen aan de vakinhoudelijke inzichten van leerlingen. Onderzoekers stellen dat veel traditionele practica onvoldoende kwaliteit hebben om de vakinhoudelijke kennis van leerlingen effectief te verdiepen.
Dat zou komen omdat ze nauwelijks een beroep doen op hogere denkvaardigheden van leerlingen (analyseren, synthetiseren en evalueren). Bovendien wordt geconcludeerd dat er weinig aandacht is voor de verbinding van theorie en praktijk (bijvoorbeeld in de vorm van overleg en discussie). De nadruk ligt daarentegen overwegend op het volgen van stappen om tot een bepaalde uitkomst te komen zonder dat leerlingen daarbij zelf hoeven na te denken (‘kookboekpractica’).

Het verbeteren van de kwaliteit van dit type practicum ligt er dan ook in om leerlingen meer mogelijkheden te bieden om na te denken, bijvoorbeeld over wat het practicum te maken heeft met eerder aangereikte theorie of wat verschillende practica met elkaar te maken hebben.

Het is van belang dat leerlingen zich goed voorbereiden op een practicum en dat er inhoudelijke discussie plaatsvindt voor- en achteraf. Bovendien wordt voorgesteld om practica zodanig in te plannen dat een aantal opeenvolgende practica een beroep doen op dezelfde labvaardigheden, zodat leerlingen zich niet voor elk volgend practicum nieuwe vaardigheden eigen hoeven te maken. Tot slot wordt gesuggereerd om de doelstellingen van een practicum goed af te bakenen en daar het practicum op te richten.

Onderzoekspractica (in brede zin)

Onderzoek is steeds vaker gericht op de effectiviteit van onderzoek (‘inquiry’) als leeractiviteit en de ontwikkeling van een onderzoekscultuur als uitgangspunt voor het denken en werken in de klas.

Domin (1999) onderscheidt verschillende soorten practica die door andere onderzoekers vaak alle drie als onderzoekspracticum (‘inquiry-based’) worden bestempeld:

  1. ontdekkingspractica (leerlingen moeten theorie ‘ontdekken’ zonder dat die vooraf is onderwezen);
  2. probleemgestuurde practica (leerlingen moeten een vooraf onderwezen principe gebruiken om een practicumvraagstuk op te lossen) en
  3. onderzoekspractica (in enge zin; waarbij de gewenste uitkomsten vooraf niet vaststaan).

Onderzoekspractica hebben met elkaar gemeen dat leerlingen worden gestimuleerd om zelf actief bezig te zijn. Daarbij worden denken en doen afgewisseld om meer inzicht te krijgen in een verschijnsel of een probleem.

Onderzoekspractica (in brede zin) blijken over het algemeen effectiever in het uitbreiden van vakinhoudelijke kennis dan traditionelere vormen van onderwijs (traditionele practica en theorielessen). Ook onderzoeken die zich richten op onderzoeksgerichte didactiek (niet beperkt tot practica) komen vaak (maar niet altijd) tot eenzelfde conclusie. Didactische benaderingen die het (actief) denken van leerlingen stimuleren en waarbij relatief veel aandacht is voor het trekken van conclusies op basis van gegevens, leiden tot meer vakinhoudelijk inzicht bij leerlingen. Het blijkt echter moeilijk om overleg tussen leerlingen over hun onderzoek te stimuleren. De rol van de leraar luistert bovendien nauw. Enerzijds is onderzoeksgericht onderwijs vaker effectief als er verantwoordelijkheid over het leerproces aan de leerlingen wordt gegeven. Anderzijds geldt dat ook als de leraar enige regie heeft.

Demonstratiepractica

Verschillende onderzoeken laten zien dat er over het geheel geen verschillen in leeropbrengsten te verwachten zijn tussen leerling- en demonstratiepractica. Er is echter ook onderzoek waaruit blijkt dat leerlingpractica (meer specifiek: onderzoekspractica) tot betere leeropbrengsten leiden. Een recent onderzoek van Winkelmann en Erb (2014) liet daarentegen weer zien dat leerlingen die slecht presteerden bij het vak natuurkunde, over het algemeen duidelijk meer baat hadden bij de demonstratiepractica.

Onderzoek in het Amerikaanse hoger onderwijs laat zien dat demonstratiepractica, als aanvulling op theoriecolleges, bijdragen aan de leerprestaties van studenten. Als studenten voorafgaand aan de demonstratie moesten voorspellen wat er zou gebeuren, scoorden ze bovendien nog beter. Het beste scoorden ze als ze er onderling ook nog overleg over hadden gehad.

Er zijn door onderzoekers veel mogelijke verklaringen gegeven voor de mogelijk beperkte effectiviteit van een demonstratiepracticum. Zo wordt gesteld dat die effectiviteit niet enkel afhankelijk is van de kwaliteit van het getoonde verschijnsel maar ook van de mate waarin het past bij de leerlingen en het doel van het practicum. Ook is voor leerlingen bijvoorbeeld niet altijd duidelijk waar ze op moeten letten of leggen ze verkeerde verbanden met eerdere ervaringen en begrippen.

Geraadpleegde bronnen

  • Domin, D.S. (1999). A review of laboratory instruction styles. Journal of chemical education, 76, 4, 543 547.
  • Winkelmann, J. & Erb, R. (2014). Small-group practical work vs. teacher demonstration in geometrical optics. Paper presented at the ESERA-conference, August 2013.

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.