Onderwijs2032
Onderwijs2032 professionalisering Stellingen #2032 Curriculum geen visie Time-out 2032 Platform #onderwijs2032 Vreemde talen onderwijs Overdenkingen Schnabel I Nationaal curriculum
Algemeen
Schoolorganisatie Leerstofjaarklassensysteem is failliet! Kindgericht onderwijs Formatieve assessment Nederlands onderwijsstelsel Leren zichtbaar maken Onderwijsverslag 2013-2014 Schooladvies 10 vragen bij OGW Brede school Schoolopbrengsten essentie Condities buitenschoolse opvang Essential Schools Leerweg mbo Adaptieve software Meritocratie en scholen Teamgrootte mbo In zeven stappen naar zinvol leren Leeropbrengsten gebruiken Kleine scholen Doorstroom mbo-hbo Normjaartaak Onderwijs idealisten Onderwijskansenbeleid Onderwijssysteem en creativiteit Onderwijsverslag 2012/2013 OGW in 4 niveaus Pijnpunten basisonderwijs Samenlevingsgerichte school Onderwijstijdschrift JSW Effecten brede scholen Bouwstenen verandercapaciteit Werkdrukbeleving Opgestapelde veranderingen Implementatie wet OKE Onderwijsakkoord 2013
bestuur
Functioneren LCTI Invloed sturingsdynamiek VO/MBO Luisterend bestuur
LVS
Begrip door zelftoetsen Functionele toetsvragen Update Citonormen Cito hernormering Citoscore hanteren Citoscore misverstanden Cito spelling toets 1 DTT niet formatief Formatief toetsen Formatief evalueren Leerwinst formatief toetsen Leren van toetsen GAS methodiek De inspectie gaat mank Toetsing en motivatie Kwaliteit toetsen Leerlingvolgsysteem Leren van data Toetsuitslag interpreteren Objectief beoordelen Computer Adaptieve Oefentoetsen Toetsvormen Schoolvaardigheidstoets spelling Formatief toetsen po Cito spelling toets 2 Minder standaardtesten Teaching to the test Een sober leerlingvolgsysteem Testen voor het LVS Toetsen en hulp(middelen) Waarde cito-toets Naar een goede toets Update normeringen Volgen van de ontwikkeling Voorwaarden formatieve toetsing Wegcijferen door toetsen Referentieniveaus po
LVS - DLE
Uitleg DLE DLE geschiedenis DLE kritiek weerlegd
LVS - Eindtoets
Centrale eindtoets Onderwijsinspectie eindtoets Gevolgen verplichte eindtoets Eindtoets overbodig Route 8 en IEP eindtoets Gelijke kansen Verplichting Eindtoets ongewenst Eindtoets Engels
LVS - Kleuters
Groep 1 en 2 niet toetsen Kleuters en inspectie Kleuters toetsen Kleuters zonder cito Stop de kleutertest
LVS - leestoetsen
Voorbereiden op toetsen Leesrijpheid toetsen Leesrijpheid deel 1 Leesrijpheid deel 2 Leesrijpheid deel 3 Data analyse Grip op leesbegrip Woordenschattoets
Ouders
Ouderbeleid achterstandsleerlingen Ouderparticipatie nieuwe leren Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po Participerende ouders Studiekeuze vmbo
profiel
Dalton kernwaarden Identiteit school Marktgerichte school Open dag school School met pit School profileren Schoolprofilering Website verbeteren Schoolinterieur Social media school
Professionalisering
welke interventies verhogen de effectiviteit van grote docententeams?
Onderwijskwaliteit
Lerarenvaardigheden in gepersonaliseerd onderwijs Onderwijstijd Brede vorming Groepsgrootte Schoolgrootte Excelleren Onderwijsachterstandenbeleid Kwaliteit in de klas Ontwikkeling kwaliteitszorg Kwaliteitszorg onderzoek Kwaliteitszorg po Onderwijskwaliteit po 2009 2012 Educational governance Sturen kwaliteit po Opbrengstgericht werken Overladenheid Perspectieven kwaliteit Publicatie eindtoets Welke rapportvormen geven goed inzicht? Streven naar kwaliteit po Onderwijsontwikkeling Visitatie onderwijs 2 Visitatie onderwijs 1
Sociaal
Sociale context scholen
Samenwerken
Lerende netwerken Duobanen
Differentiatie
DifferentiŽren is te leren
Leiding geven
Balans in basisbehoeften Schoolleider als hitteschild HRM schoolprestaties Visie en kernwaarden Leiderschap tonen Leidinggeven autonomie Pedagogisch leiderschap Luisteren bij leiderschap Sturen door luisteren Responsief leiderschap AOC Schoolleider als regisseur Positie schoolleider Stakeholders Teamontwikkeling Onderwijskundig leiderschap
Onderwijssysteem
Uitgangspunt van leren 21st century skills Persoonlijk leren Doorstroom groene beroepskolom Resultaten arbeidsmarkt Continurooster Kleuterverlenging Zittenblijven of versnellen Onderwijsstelsels Keuze vervolgopleiding mbo Gemeentelijke beleid Invloed kwartiertjesrooster op taakgerichtheid leerlingen Leerplan in beeld nieuwe leren po Leerlingpopulatie en resultaten Vier centrale functies onderwijs Schoolkenmerken cognitieve prestatie Loslaten leerstofjaarklassensysteem effect op ontwikkeling Adaptief onderwijs Onderwijswaarden
Burgerschap
Burgerschapsonderwijs
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief 2017 - 1 - 11
Schoolontwikkeling
Duurzaam onderwijs Beleid zwakpresterende school po Duurzame schoolontwikkeling Lokale Educatie Agenda LEA Organiseren gepersonaliseerd leren Gepersonaliseerd leren Kwaliteitszorg po Kwaliteitszorg innovatie Leernetwerken po Leeromgeving De lerende school Onderwijs- en schoolontwikkeling Ontwikkelen van wijsheid
Beroepsonderwijs
Ondernemerschapsvaardigheden in mbo-opleiding Aansluiting overgangen po/vo en vmbo/mbo Werken en leren Eindexamencijfer vmbo voorspeller schoolsucces havo? Formatieve beoordeling docenten Motivatie schoolprestaties Verpleegkundig onderwijs evalueren Ontwikkeling vakmanschap Publieke waarde MBO Groene mbo duurzaamheid
Problemen
Onderwijsachterstandenbeleid periode 2005 2009 Onderwijsachterstanden OAB Onderwijsachterstanden 1988 2002 Onderwijsachterstandenbeleid vve/po
VO en MBO
Mentoraat groepsgrootte werkbeleving docenten effecten studenten mbo WetenschapsoriŽntatie LoopbaanoriŽntatie in VO Integratie wiskunde Passend Onderwijs IMPROVE methode metadenken Nederlands leerprestaties Motivatie leerlingen Motivatie onderwijs in groepen Motivatie onderbouw vo Professionele leergemeenschappen Professionele leergemeenschappen Schoolkeuze havo/vwo Management en organisatie Motivatie verhogen TIME Wiskundige denktactiviteit Leren van teksten Heterogene brugklas
VVE
Aansluiting VVE en schoolloopbaan Beleid onderwijsachterstanden PO Onderwijsachterstandenbeleid Effecten vroegschoolse educatie Gemeenten schoolbesturen Effectiviteitskenmerken Doelgroepkinderen
Passend onderwijs
Onderwijszorgroute Clusteren van leerlingen Integratie Downsyndroom Vroegtijdig verwijzen Handelingsgericht passend onderwijs Instrumenten passend onderwijs Integratie onder Rugzak beleid OPP en IQ Rugzakbeleid LGF Luc Stevens over passend onderwijs Onafhankelijkheid CvI s Kwaliteit met NSCCT Ontwikkeling voorwaarden Ontwikkelingsperspectief OPP als groeimodel Regionale Expertise Centra Passend onderwijs Brede school en integratie Integratieklas ZML Kengetallen vervolgmeting Inzet klassenassistent Leerkracht en Passend Onderwijs Passend onderwijs VO Regionale ontwikkeling Ruimte voor leraren Zorgstructuren po/vo Aanpak po/vo Bureaucratie leerlingenzorg Weer Samen Naar School Toelaatbaarheid
Engels
Tweetalig onderwijs TTO schoolprestaties
Arbeidsvoorwaarden
Functiemix en salaris
ICT
digitale geletterdheid mediawijsheid computervaardigheden praktijkonderwijs

 

Over welke kennis en vaardigheden op ict-gebied moeten leerlingen beschikken als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs? En hoe kunnen zij die verwerven?

Geplaatst op 13 april 2017

Digitale geletterdheid is het minimum aan kennis en vaardigheden op ict-gebied dat nodig is om mee te doen in de maatschappij. Iemand is digitaal geletterd als hij of zij de computer kan gebruiken om digitale informatie te verzamelen, creëren en delen. Zodat diegene thuis, op school, op het werk en in de samenleving goed mee kan doen.

Het onderwijs heeft een belangrijke taak bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid bij praktijkschoolleerlingen. Zij kunnen deze competenties minder gemakkelijk zelf aanleren en krijgen van thuis minder begeleiding. Daarnaast is de ontwikkeling van hun mediawijsheid van groot belang. 

Onderwijs heeft als taak jongeren goed toe te rusten voor de kennis- en netwerksamenleving van de toekomst. Digitale geletterdheid maakt daar deel van uit en is daarom onderdeel van de 21ste-eeuwse vaardigheden. Bij digitale geletterdheid gaat het om informatievaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en ict-vaardigheden: 
 
                      

Voor een verdere uitwerking zie het artikel van Kennisnet, Werken aan digitale geletterdheid? Zo doe je dat.
Digitale geletterdheid wordt op verschillende manieren ingevuld. Ook over het minimumniveau dat nodig is voor de beoogde participatie, is nog geen overeenstemming. De vraag wat leerlingen moeten weten en kunnen als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs, kunnen we op basis van nu beschikbare bronnen niet beantwoorden.

Computervaardigheden

De ICILS-toets (ICILS is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar computer- en informatievaardigheden) onder 14-jarige leerlingen kent vier niveaus, van basis- tot geavanceerd. Het basisniveau omvat de volgende vaardigheden:

  • functionele kennis, dat wil zeggen computers kunnen inzetten bij het uitvoeren van taken, basisopdrachten beheersen bij file-beheer, en kennis van de ict-basisterminologie en -functies.
  • computers en software kunnen gebruiken om te communiceren.

Van de praktijkonderwijsleerlingen die de ICILS-toets hebben gemaakt, heeft meer dan de helft dit basisniveau niet gehaald. Om alle praktijkschoolleerlingen optimaal toe te rusten voor hun functioneren in de maatschappij is dus een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Vooralsnog blijkt de digitale geletterdheid van leerlingen sterker te worden beïnvloed door hun (sociaal-economische) thuissituatie dan door het curriculum van de onderwijsinstelling.

Digitale geletterdheid

Kennisnet heeft een plan uitgewerkt voor het ontwikkelen van digitale vaardigheden op school. De checklist digitale vaardigheden en een bijbehorend stappenplan, dat weliswaar is bedoeld voor het primair onderwijs, biedt waardevolle aanknopingspunten ook voor andere onderwijstypen.
Ook de Checklist digitale geletterdheid in het onderwijs biedt ondersteuning bij het invoeringsproces. Het is belangrijk de vier eerder genoemde vaardigheden niet afzonderlijk aan de orde te stellen, maar ze in samenhang in het onderwijs te verwerken.

Mediawijsheid

Bij het ontwikkelen van digitale geletterdheid bij leerlingen in het praktijkonderwijs, is mediawijsheid een belangrijk aandachtspunt. Laagopgeleide leerlingen maken minder gebruik van sociale media en lopen online meer risico. Het project ‘Meten van mediawijsheid’ (Mediawijzer.net) biedt goede aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een aanpak. Mediawijsheid is ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld’.

Visuele ondersteuning

Om praktijkschoolleerlingen mediawijsheid bij te brengen moet de wijze waarop men informatie overbrengt of vaardigheden aan wil leren, goed aansluiten bij het niveau van de jongeren. Pas het taalgebruik aan en maak gebruik van visuele ondersteuning, zoals foto’s of pictogrammen. Dan kunnen deze leerlingen gemakkelijker informatie onthouden. Daarnaast lijken deze jongeren sneller te leren als ze de oefenstof aangeboden krijgen in combinatie met doe-activiteiten.
Deze jongeren kunnen opgedane kennis moeilijk toepassen in nieuwe situaties. Daarom vergroot oefenen in realistische contexten de kans dat de opgedane kennis (= ervaring) blijft hangen. Verder is het van belang dat onderwijs, ouders en begeleiders nauw samenwerken, zodat de jongeren in verschillende contexten een goed afgestemde aanpak leren hanteren.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck
Vraagsteller: Docent vo-instelling
Geraadpleegde expert(s): Irma Heemskerk (Kohnstamm Instituut), Joke Voogt (POWL, UvA; Hogeschool Windesheim), Remco Pijpers (Kennisnet, SLO), Martina Meelissen (Universiteit Twente) en Maaike Heitink  (Universiteit Twente)

Vraag

Over welke kennis en vaardigheden op ict-gebied moeten leerlingen beschikken als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs met het oog op hun maatschappelijk functioneren binnenshuis en buitenshuis (vervolgonderwijs/arbeidsmarkt)
Met welk aanbod (inhoud/werkvormen) kunnen leerlingen in het praktijkonderwijs deze competenties verwerven?

Kort antwoord

Bij digitale geletterdheid gaat het vooral om het kunnen gebruiken van de computer voor het verzamelen, creëren en delen van digitale informatie, om thuis, op school, op het werk en in de samenleving als geheel, effectief te kunnen participeren. Digitale geletterdheid wordt op verschillende manieren ingevuld; ook over het minimum-niveau dat nodig is voor de beoogde participatie wordt, is nog geen overeenstemming. De vraag wat leerlingen moeten weten en kunnen als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs, kunnen we op basis van nu beschikbare bronnen niet beantwoorden. Wel komt naar voren dat bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid van leerlingen in het praktijkonderwijs een belangrijke taak is weggelegd voor het onderwijs, omdat zij deze competenties minder gemakkelijk zelf aanleren en zij in de huiselijke omgeving minder ondersteuning kunnen krijgen. Verder wordt voor deze leerlingen het belang van het ontwikkelen van mediawijsheid benadrukt.

Toelichting antwoord

Digitale geletterdheid

Een omschrijving

De vraag betreft een minimumniveau van kennis en vaardigheden op ict-gebied die nodig zijn om te kunnen functioneren als burger en deelnemer aan onderwijs en de arbeidsmarkt.1 In de literatuur wordt daarvoor de term digitale geletterdheid gebruikt.  In ICILS, een groot internationaal onderzoek naar digitale geletterdheid bij jongeren wordt de volgende definitie gehanteerd: “De mate waarin een individu in staat is de computer te gebruiken voor het verzamelen, creëren en delen van digitale informatie, om thuis, op school, op het werk en in de samenleving als geheel, effectief te kunnen participeren.” (Fraillon, Schulz & Ainley, 2013; Meelissen, Punter, & Drent, 2014). Het gaat dus niet om knopvaardigheid maar om het vermogen om digitale informatie en communicatie ‘verstandig’ te gebruiken en de gevolgen daarvan kritisch te beoordelen” (KNAW, 2013, p. 8).

Digitale geletterdheid als onderdeel van 21e-eeuwse vaardigheden

Het is een belangrijke taak van het onderwijs om jongeren goed toe te rusten voor de kennis- en netwerksamenleving van de toekomst. Daarvoor moeten ze beschikken over vaardigheden als kritisch denken, creatief denken, probleem oplossen, ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, computational thinking en mediawijsheid.  Het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) en Kennisnet hebben hiervoor een model ontwikkeld dat elf competenties omvat. Digitale geletterdheid maakt deel uit van deze 21e-eeuwse vaardigheden. Het gaat om informatievaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en ict-vaardigheden. In deze uitwerking ligt een sterker accent op knopvaardigheid dan in die van de KNAW.


                      

Onder ict-(basis)vaardigheden vallen:

  • het kennen van basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken ('knoppenkennis');
  • het kunnen benoemen, aansluiten en bedienen van hardware;
  • het kunnen omgaan met tekstverwerkers, spreadsheetprogramma's en presentatiesoftware;
  • het kunnen omgaan met softwareprogramma's op mobiele apparaten,;
  • het kunnen werken met internet (browsers, e-mail);
  • het op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiligings- en privacyaspecten.

Bij computational thinking gaat het om een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ict-technieken en -gereedschappen.

Mediawijsheid omvat de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media. Informatievaardigheden betreffen het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie (voor een verdere uitwerking zie: https://www.kennisnet.nl/artikel/werken-aan-digitale-geletterdheid-zo-doe-je-dat/ .
Er zijn plannen om dit model in de nabije toekomst verder te gaan uitwerken naar niveaus per onderwijstype, om zo de ontwikkeling van doorgaande leerlijnen mogelijk te maken2

ICILS: computervaardigheden van Pro-leerlingen

In de ICILS-toets wordt een viertal referentieniveaus onderscheiden: van basis- tot geavanceerd niveau. In de internationale rapportage (bron) worden die niveaus globaal gespecificeerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen receptieve en productieve vaardigheden. Het basisniveau omvat de volgende vaardigheden:

Het verzamelen en bewerken van informatie Het produceren en uitwisselen van informatie
Functionele kennis  
hoe computers kunnen worden ingezet bij het uitvoeren van taken. Het   beheersen van basisopdrachten bij file-beheer, en kennis van de ict-basisterminologie   en basisfuncties.
Bijvoorbeeld:
  • De computer veilig kunnen afsluiten;
  • Software als tekstverwerkers, internetbrowsers en   zoekmachines herkennen;
  • Algemene software-commando’s kunnen toepassen zoals   bestanden opslaan, knippen en plakken, en tekst selecteren;
  • De functie kennen van randapparatuur als usb-sticks,   dvd-drivers en printers. 

Computers en   software kunnen gebruiken om te communiceren. Bijvoorbeeld:

  • Beelden kunnen aanpassen en gebruiken;
  • De vormgeving van een tekst kunnen wijzigen door   aanpassen van het lettertype en gebruik van vet en cursief;
  • Verschillen kennen tussen communicatietoepassingen als   e-mail, blogs, en sociale media;
  • Een e-mail kunnen voorzien van adres en onderwerp;
  • Lay-out en beeld kunnen gebruiken om de begrijpelijkheid   van een tekst te bevorderen.

Van de praktijkonderwijsleerlingen die de ICILS-toets hebben gemaakt, heeft meer dan de helft dit basisniveau niet gehaald. Uit het onderzoek blijkt dat zij de computer thuis minder vaak gebruiken dan leerlingen in andere vormen van vo.

Het grootste verschil doet zich voor bij het communiceren via messaging of sociale netwerken (Meelissen et al, 2014). Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over de oorzaak daarvan, zijn ze minder vaardig, minder geïnteresseerd in die activiteiten of ontbreken thuis de voorzieningen? Verder blijken laagopgeleide jongeren sociale media weinig te gebruiken ten behoeve van maatschappelijke participatie als burger of werknemer (Moekotte, Brand-Cruwel, Ritzen, & Simons, 2015).

Ten slotte geven leerlingen die praktijkonderwijs volgen, vaker aan dat zij de verschillende activiteiten niet zichzelf hebben aangeleerd, maar dat leraren, familie of vrienden hierin een belangrijke rol hebben gespeeld (Meelissen et al, 2013). Om alle praktijkschoolleerlingen optimaal toe te rusten voor hun functioneren in de maatschappij is dus een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs.

Ook de Vier-in-balans-monitor 2015 (Kennisnet 2015) benadrukt de rol die het onderwijs heeft om digitale gelijkheid te bevorderen. Vooralsnog blijkt de digitale geletterdheid van studenten sterker te worden beïnvloed door hun (sociaal-economische) thuissituatie dan door het curriculum van de onderwijsinstelling.

Aanpak en inhoud van onderwijs in digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs

Werken aan de ontwikkeling van digitale geletterdheid op schoo

Een uitgewerkt plan voor het ontwikkelen van een aanpak voor het werken aan digitale vaardigheden op school is ontwikkeld door Kennisnet.  De checklist digitale vaardigheden en een bijbehorend stappenplan dat weliswaar is bedoeld voor het primair onderwijs, biedt ook waardevolle aanknopingspunten voor andere onderwijstypen (https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/digitale_vaardigheden/21e_eeuwse_vaardigheden/bijlagen/Stappenplan_Digitale_Geletterdheid_po.pdf ).

In het vernieuwingsproces worden vijf fasen onderscheiden:

  • de voorbereiding;
  • het bepalen van de doelstellinge;
  • het uitwerken van de plannen;
  • evaluatie;
  • en het vieren van succes.

In alle fasen is het belangrijk de plannen voor de invulling van het onderwijs in digitale geletterdheid af te stemmen op de visie van de school, aan te sluiten bij wat al aanwezig is en aandacht te hebben voor draagvlak bij docenten en ouders.

Ook de Checklist digitale geletterdheid in het onderwijs (https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/digitale_vaardigheden/21e_eeuwse_vaardigheden/bijlagen/Checklist_digitale_geletterdheid.pdf ) biedt ondersteuning bij het invoeringsproces. Aan de hand van vier clusters vragen voortkomend uit de systematiek van Vier in balans kunnen teams of scholen een aanpak van onderwijs in digitale geletterdheid concretiseren.

Van verschillende kanten wordt benadrukt dat het belangrijk is de vier aspecten niet afzonderlijk aan de orde te stellen maar ze in samenhang in het onderwijs te verwerken. Dit geldt voor 21st-century skills in het algemeen;  zo benadrukken Voogt en Pareja Roblin (2010) het belang van integratie van aandacht voor deze vaardigheden in het bestaande curriculum. Zij stellen echter vast dat dit blijkbaar lastig is; het is –ook internationaal- nog nauwelijks van de grond gekomen. Ook de Onderwijsraad (2014) signaleert dit probleem in zijn advies ‘Het curriculum van de toekomst’.

Focus op mediawijsheid

Onderzoek laat zien dat laagopgeleide jongeren relatief weinig gebruik maken van sociale media en dat dat gebruik voornamelijk de privé-sfeer betreft (Moekotte, e.a., 2015; Fraillon et al, 2013). Verder wordt van diverse kanten gesignaleerd dat jongeren met een licht verstandelijke beperking risico’s lopen in de wereld van de sociale media (Kennisnet 2014; Mijn Kind Online, 2010 in Kennisnet 2014; Mediawijzer, 2013). Ze zijn gemakkelijker te beïnvloeden, vatbaarder voor verslaving, gevoeliger voor afwijzing en manipulatie en hun gewetenvorming is minder. Ook lopen ze meer risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag (Mijn kind online 2010, en Janssens, 2014 in Kennisnet 2014). Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het belangrijk is in het praktijkonderwijs bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid de focus te leggen op enerzijds het ontwikkelen van mediawijsheid bij het gebruik van sociale media en anderzijds om het gebruik van sociale media ook buiten de privésfeer te bevorderen.

Het project ‘Meten van mediawijsheid’ (Mediawijzer, 2013) waarin een groot aantal organisaties samenwerken aan het ontwikkelen van een raamwerk en van manieren om mediawijsheid te meten, biedt goede aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een aanpak voor het onderwijs. Mediawijsheid wordt conform het advies van de Raad voor Cultuur (2005) gedefinieerd als: het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.

Mediawijsheid omvat vier groepen competenties: gebruik, kritisch begrip, communicatie en strategie. In het rapport worden deze uitgewerkt in een omschrijving waarin het belang van de competentie duidelijk wordt, enkele voorbeelden worden gegeven, zo mogelijk met bronnen, en worden ze gerelateerd aan andere competenties. Ten slotte wordt aangegeven voor welk type functie de betreffende competentie relevant is.

De ontwikkeling van mediawijsheid in het praktijkonderwijs; didactische aanpak

Uit het summiere onderzoeksdeel van dit project (Mediawijzer 2013) waarin de focus lag mediawijsheid van jongeren met een licht verstandelijke beperking, blijkt dat deze jongeren wel weten wat risico’s zijn, maar die kennis niet kunnen toepassen in relatie tot andere personen, op andere plaatsen of in andere situaties.

Op basis van deze analyse en Kennisnet (2014) kunnen de volgende aandachtspunten worden geformuleerd voor onderwijs over mediawijsheid aan leerlingen in het praktijkonderwijs. De wijze waarop men informatie overbrengt of vaardigheden aan wil leren, moet goed aansluiten bij het niveau van de jongeren.

Het taalgebruik zal hierbij ook aangepast moeten worden. Het verdient aanbeveling om bij het aanleren van kennis gebruik te maken van visuele ondersteuning, zoals foto’s of pictogrammen. Jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben in de meeste gevallen een relatief sterker visueel-ruimtelijk geheugen dan verbaal-linguïstisch. Hierdoor kunnen ze gemakkelijker informatie onthouden als deze aangeboden wordt in combinatie met afbeeldingen.

Daarnaast lijken deze jongeren sneller te leren als ze de oefenstof aangeboden krijgen (in combinatie met) doe-activiteiten. Eerder werd gesignaleerd dat deze jongeren de opgedane kennis moeilijk kunnen toepassen in nieuwe situaties. Door contextgebonden situaties te oefenen wordt de kans vergroot dat de opgedane kennis (= ervaring) blijft hangen. Verder is het van belang dat onderwijs, ouders en begeleiders nauw samenwerken om te bereiken dat de jongeren in verschillende contexten een goed afgestemde aanpak leren hanteren.

Bijlage Digitale geletterdheid; enkele uitwerkingen.

________________________________________
1 Deze vraag sluit nauw aan bij één van de accenten in de Ontwikkelagenda 2011-2015 van het samenwerkingsverband Praktijkonderwijs: Meer oog voor dat wat de maatschappij van mensen en jongeren vraagt. En deze eisen vertalen in leertrajecten voor leerlingen in het praktijkonderwijs., maar bij uitwerking is het accent vooral gelegd op digitalisering van het onderwijsleerproces.
Informatie van Remco Pijpers; Strategisch adviseur st Kennisnet. Verder heeft het Centre of Expertise Leren met ict van de HAN samen met een groep scholen een project in voorbereiding om een competentieprofiel ict-geletterdheid voor VO te ontwikkelen uitgesplitst naar onderwijsniveau (pro t/m vwo), dat daarna met docenten uitgewerkt wordt naar gedragsindicatoren en vervolgens gezamenlijk omgezet wordt naar een meetinstrument.

Geraadpleegde bronnen

  • Fraillon, J., Schulz, W., & Ainley, J. (2013). International Computer and Information Literacy Study: Assessment Framework. Amsterdam: International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA)
  • Kennisnet (2014). LVB-jeugd en sociale media. Rapport over jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en de risico’s van sociale media. Zoetermeer: Kennisnet.
  • Kennisnet (2015). Vier in balans-monitor 2015. Zoetermeer: Kennisnet.
  • Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) (2013). Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs: vaardigheden en attitudes voor de 21ste eeuw. Verkregen via: http://www.knaw.nl/nl/adviezen.
  • Mediawijzer (2013). Startdocument – meten van mediawijsheid. https://www.mediawijzer.net/wp-content/uploads/sites/6/2013/05/startdocument-meten_van_mediawijsheid.pdf
  • Meelissen, M. R. M., Punter, R.A. & Drent, M. (2014). Digitale geletterdheid van leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Nederlandse resultaten van ICILS-2013. Enschede: Universiteit Twente.
  • Moekotte, P.B.F., Brand-Cruwel, S., Ritzen, H.T.M., & Simons, R.J. (2015). Early school leavers’atitudes towards online self-presentation and explicit participation. Computers in Human Behavior, 49, 171-184.
  • Onderwijsraad (2014). Het curriculum van de toekomst. Den Haag: Onderwijsraad
  • Raad voor Cultuur. (2005). Mediawijsheid - De ontwikkeling van nieuw burgerschap. Den Haag: Raad voor Cultuur.
  • Voogt, J., & Pareja Roblin, N. (2010). 21st Century Skills. Discussienota. Enschede: Universiteit Twente

Gerelateerd

Kindgericht onderwijs in een lerende school
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Hoe groeit jouw school naar kindgericht onderwijs?
De lerende school 
Effectiever onderwijs
Hoe gerichte inzet van ICT leidt tot effectiever onderwijs
Jos CŲp
Leren in 2020 - 1
Leren in 2020
Jos CŲp
Onderwijs en ICT
Het gewenste resultaat schema - onderwijs en ICT
Menno van Hasselt

Virtual reality
Zijn Augmented Reality en Virtual Reality in het basisonderwijs effectief?
Adaptieve software
Wat biedt een adaptieve leeromgeving en welke rol heeft de leraar dan?
Welke ICT-vaardigheden zijn nodig voor leerlingen van het praktijkonderwijs?
Blended learning effect
Wat is het effect van blended lesmateriaal op onderwijsresultaten in het voortgezet onderwijs?
Programmeren
Wat weten we over de effecten van programmeeronderwijs op programmeervaardigheden van leerlingen tot 12 jaar?
Cyberpesten en andere digitaal ongewenst gedrag
Wat zijn effectieve interventies om digitaal ongewenst gedrag in het onderwijs tegen te gaan?
Effect geanimeerde prentenboeken op taalontwikkeling
Hebben geanimeerde prentenboeken effect op risicoleerlingen?
Kenmerken professionalisering ict-competenties leraren
Hoe ontwikkel je ict-competenties bij leraren?
Online-oefenprogramma's
Hoe en hoe vaak zou je een leerling moeten belonen in een online oefenprogramma om de leerling zo goed mogelijk te motiveren ...
Tablet in het onderwijs
Wat zijn de leeropbrengsten van tabletgebruik in de basisschool?
Creativiteitsontwikkeling
Welke factoren geven inzicht in de ontwikkeling van het creatief denken van leerlingen?
Jonge kinderen en tabletgebruik
Is het wenselijk om tabletgebruik door jonge kinderen af te stemmen op hun lichamelijke kenmerken of ontwikkeling?
Digitale leeskilometers groep 3
Leesvaardig door digitale leeskilometers in groep 3: Differentiatie door inzet van ICT
Game Interactieve Fictie
Gebruik game Interactieve Fictie (IF) in het taalonderwijs
Effecten digitaal leermiddel
Effecten van een digitaal leermiddel bij het leren lezen
Digitale gymles
Terugkijken met een tablet: De opbrengsten van de digitale gymles
Animaties rekenen po
Gebruik van animaties bij rekenen in het basisonderwijs
Animaties natuur po
Gebruik van animaties bij natuuronderwijs in het basisonderwijs
Gebruik animaties po
Gebruik van animaties in basisonderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Computergames wiskunde
Gebruik van computergames bij wiskunde in het beroepsonderwijs
Verbeteren rekenvaardigheid mbo
Verbeteren van rekenvaardigheid mbo-leerlingen met een serious game
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.