Hoe kunnen scholen betrokkenheid van ouders versterken?

Geplaatst op 11 mei 2017

Samenvatting

Educatief partnerschap biedt een goede insteek om de wederzijdse betrokkenheid van school en ouders te versterken. De school is leidend bij de vormgeving van educatief partnerschap. Voldoende ruimte voor inbreng van de ouders is echter een voorwaarde voor succes. Belangrijk is dat scholen en de leraren positief en onbevooroordeeld staan tegenover de betrokkenheid van ouders. Ook is het goed als zij oog hebben voor cultuurverschillen en verschillen tussen ouders. Zij moeten met die verschillende ouders kunnen communiceren en kritisch kunnen kijken naar hun eigen geschiedenis en rol daarvan in het contact.

Educatief partnerschap heeft drie doelen: een pedagogisch doel (afstemming over de omgang met kinderen), een organisatorisch doel (samenwerking in allerlei activiteiten) en een democratisch doel (meedenken en meebeslissen met de school).  Educatief partnerschap veronderstelt wederzijdsheid. Ouders zijn betrokken bij hun kind op school en bij de klas en school als geheel. En de school is betrokken bij de ouders en de thuissituatie. Het initiatief voor ouderbetrokkenheid ligt bij de school; deze ontwikkelt daartoe ouderbeleid.

Ouderbeleid

Schoolteams kunnen ouderbetrokkenheid bij het onderwijs in het algemeen, en in het bijzonder voor moeilijk bereikbare ouders, vergroten door:

  • nadrukkelijk rekening te houden met de achtergronden, wensen en (wederzijdse) verwachtingen van de ouders
  • ouders als serieuze partners te beschouwen met een eigen inbreng bij de opvoeding en aan te geven wat van hen wordt verwacht
  • open te staan voor elkaars culturele en religieuze achtergronden
  • onderwijs en opvoeding als gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid te zien
  • moeilijk bereikbare ouders nadrukkelijk uit te dagen om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de school.

Partnerschap

Er zijn vier voorwaarden om de samenwerking van ouders en school te optimaliseren: de partnerschapscultuur, -structuur, -bereidheid en -vaardigheden. Daarnaast zijn een goede voorbereiding, informatievoorziening en support belangrijk om de partnerschapsrelaties tussen ouders en school te versterken.

Partnerschapscultuur – dit betreft onder andere de mate waarin ouders zich welkom voelen op school. Ouders blijken sterke behoefte te hebben aan individueel contact en liever face-to-face, dan digitaal. Belangrijk voor een goede communicatie en goed contact is een evenwichtige (machts)relatie. Daarbij kunnen ouders hun betrokkenheid zelf ook vormgeven en is het contact tussen school en ouders informeel en laagdrempelig.

Partnerschapsstructuur - afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkheden moeten duidelijk zijn. Dit vereist van scholen dat zij hun verwachtingen helder communiceren. Ouders en scholen kunnen bij de inschrijving van de leerling hun wederzijdse verwachtingen en afspraken op papier zetten, bijvoorbeeld tijdens een ‘startgesprek’. Daarnaast is het belangrijk dat ouders feedback kunnen geven en leraren gemakkelijk aanspreekbaar zijn; zo kan een vertrouwensband ontstaan.

Partnerschapsbereidheid - zowel bij de ouders als de leraren moet de wil er zijn om het partnerschap gezamenlijk aan te gaan. Dat vereist een gelijkwaardige manier van samenwerken, waardering voor de inspanningen van ouders en een positief contact.

Partnerschapsvaardigheden - leraren dienen open te staan voor diverse vormen van ouderbetrokkenheid en oog te hebben voor verschillen tussen ouders. Ouders worden ten onrechte nogal eens als één homogene groep benaderd in de communicatie en de samenwerking.

Competenties van leraren

Van leraren wordt een positieve en onbevooroordeelde houding verwacht tegenover de betrokkenheid van ouders bij school en bij het kind thuis. Het gaat om een combinatie van kennis en attitude, niet te vlug oordelen over ouders en hun betrokkenheid, en de thuiscultuur van leerlingen willen begrijpen. Voorwaarde is dat leraren ook een goed inzicht hebben in hun eigen geschiedenis en context en de rol die deze spelen in hun contact met ouders. Daarnaast moeten leraren in staat zijn (formele en informele) gesprekken te voeren over de ontwikkeling en het leren van kinderen. En ze moeten ouders concrete en praktisch bruikbare adviezen kunnen geven om hun kind thuis te ondersteunen.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde)
Vraagsteller: directeur basisschool
Geraadpleegde expert: Anne Luc van der Vegt (Oberon)

Vraag

Hoe moet het ouderbeleid op school vorm krijgen om betrokkenheid van ouders te realiseren en verder te versterken en wat vraagt dit van de leerkrachten?

Kort antwoord

Educatief partnerschap biedt een goede insteek om de wederzijdse betrokkenheid van school en ouders te versterken. Vier elementen vormen de basis van educatief partnerschap van ouders en school; het gaat om partnerschapscultuur, structuur, -bereidheid en –vaardigheden. De school is leidend bij de vormgeving van educatief partnerschap, maar voldoende ruimte voor inbreng van de ouders is een belangrijk voorwaarde voor succes. Om succesvol te functioneren als educatief partner is het belangrijk dat zij positief en onbevooroordeeld staan tegenover de betrokkenheid van ouders bij school en bij het kind thuis, dat zij kennis hebben van cultuurverschillen en oog hebben voor verschillen tussen ouders, dat zij beschikken over vaardigheden op het gebied van interculturele communicatie en dat zij kritisch kunnen kijken hun eigen geschiedenis en context en de rol die deze spelen in hun contact met ouders.

Toelichting antwoord

Intro

Op de basisschool waar vraagsteller directeur is, laat de betrokkenheid van ouders te wensen over. De school heeft een merendeels witte leerlingpopulatie.  De vraag is over welke competenties leerkrachten moeten beschikken om ouders de school ‘in te krijgen en te houden’. Bij doorvraag blijkt de vraag zich ook uit te strekken tot de context waarbinnen de ouderparticipatie of –betrokkenheid vorm krijgt, het ouderbeleid.

Aanpak

Er is al veel informatie beschikbaar over ouderparticipatie, ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap. We bespreken eerst wat educatief partnerschap inhoudt. Vervolgens beschrijven we wat volgens de literatuur elementen zijn van een effectief ouderbeleid en onder welke condities leraren de vereiste competenties kunnen ontwikkelen en succesvol kunnen inzetten. Daaruit leiden we af wat dat zegt over competenties waarover leraren moeten beschikken om hun rol in het educatief partnerschap effectief te kunnen vervullen.

Educatief partnerschap

In de literatuur over de relatie ouders-school worden verschillende termen gebruikt: ouderparticipatie, ouderbetrokkenheid, en educatief partnerschap. De laatste typering krijgt steeds meer de voorkeur, het is een term die het meest omvattend is en de wederzijdsheid zichtbaar maakt. Broerse en Spreij (2009) onderscheiden drie typen doelen van educatief partnerschap, een pedagogisch doel (afstemming over de omgang met kinderen), een organisatorisch doel (samenwerking in allerlei activiteiten) en een democratisch doel (meedenken en meebeslissen met de school). 

Educatief partnerschap veronderstelt wederzijdsheid, ouders zijn betrokken bij hun kind op school en bij de klas en school als geheel, en de school is betrokken bij de ouders en de thuissituatie. Die betrokkenheid kan verschillende vormen aannemen, in samenhang met de eerder genoemde doelen: meehelpen, meeleven, meebeslissen. Het initiatief voor ouderbetrokkenheid ligt bij de school; deze ontwikkelt daartoe ouderbeleid (Broerse en Spreij, 2009).

Ouderbeleid

In onderzoek krijgen effecten van ouderbeleid op het functioneren van leerlingen en op hun prestaties veel aandacht (Bakker, Denessen, Dennissen & Oolbekkink-Marchand, 2013). Naast kennis over de effecten van ouderbetrokkenheid is ook veel bekend over condities om tot effectieve samenwerking te komen, dat is de kern van de vraag die we hier gaan beantwoorden. Internationale literatuur met betrekking tot ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie geeft aanwijzingen dat ouderbetrokkenheid bij het onderwijs in het algemeen,  en in het bijzonder voor moeilijk bereikbare ouders, wordt vergroot door als schoolteam:

  • Nadrukkelijk rekening te houden met de achtergronden, wensen en (wederzijdse) verwachtingen van de ouders.
  • Ouders minder als leveranciers van leerlingen en meer als serieuze partners te beschouwen met een eigenstandige inbreng bij de opvoeding in het omgaan met waardenoverdracht en waardenstimulering. Duidelijk aan te geven wat men van ouders verwacht wat betreft opvoeding en waardenoverdracht.
  • Open te staan voor elkaars culturele en religieuze achtergronden.
  • Onderwijs en opvoeding als gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid te zien.
  • Moeilijk bereikbare ouders nadrukkelijk uit te dagen om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de school en daarmee hun verantwoordelijkheid voor de school en de samenleving tot uitdrukking brengen (Smit e,.a., 2007; Epstein e.a., 2009).

Smit, Wester en van Kuijk (2012) onderscheiden op basis van onderzoeksgegevens vier voorwaarden voor het optimaliseren van de samenwerking van ouders en school. Dit betreft respectievelijk de partnerschapscultuur, -structuur, -bereidheid en –vaardigheden. We werken ze hieronder verder uit. Daarnaast zijn een goede voorbereiding, informatievoorziening en support belangrijk om de partnerschapsrelaties tussen ouders en school te versterken (Van Eck, Heemskerk, Klaassen en Vreugdenhil, 2013).

Partnerschapscultuur

De partnerschapscultuur betreft de wijze waarop betrokkenen met elkaar omgaan in het kader van het partnerschap. Hierbij valt te denken aan de mate waarin ouders zich welkom voelen op school (Epstein et al., 2009). Ouders blijken sterke behoefte te hebben aan individueel contact. Dat kan bijvoorbeeld door huisbezoeken af te leggen. Volgens Vogels (2002) geven ouders de voorkeur aan face-to-face contact, boven interactie en informatie via het internet. Verder blijkt van belang dat ouders ook onderling contacten hebben.

Een voorwaarde voor een goede samenwerking met ouders is dat niet de school en de leraren bepalen hoe de communicatie en het contact met ouders verlopen maar dat ouders meer gelegenheid wordt geboden om zelf hun betrokkenheid vorm te geven. Klaassen (2008) benadrukt het belang van een meer evenwichtige machtsrelatie en van een duidelijke informalisering van het contact. Op veel scholen zijn de formele zaken zoals bijvoorbeeld informatievoorziening wel aardig goed geregeld, maar komt samenwerking toch niet optimaal van de grond, omdat het contact onvoldoende laagdrempelig is.

Partnerschapsstructuur

Voor een goede samenwerking tussen school en ouders is het ook van belang dat afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkheden duidelijk zijn: dat er een goede partnerschapsstructuur is. Dit vereist van scholen dat zij hun verwachtingen helder communiceren. Dat betekent dat ouders goed weten wanneer en op welke manier er contact is of gelegd kan worden en dat er sprake is van effectieve informatievoorziening. De effectiviteit hiervan dient regelmatig geëvalueerd te worden.

In toenemende mate hebben ouders ook een stem in het persoonlijk leerplan van leerlingen. Er is internationaal een trend dat ouders en onderwijsinstellingen bij de inschrijving van de leerling hun wederzijdse verwachtingen op papier zetten in een ‘home school contract’, dat zij vervolgens op gezette tijden bijstellen, afhankelijk van de ontwikkeling die de leerling doormaakt (Smit, Driessen, Sluiter & Brus, 2008). De Vries (http://wij-leren.nl/startgesprek-ouderavond-tienminutengesprek-oudercontact.php)  pleit voor het maken van een communicatieplan op maat , waarin aan het begin van het schooljaar met elke ouder afspraken worden vastgelegd over de communicatie, hoe en wanneer.  In zo’n ‘startgesprek’ is het ook belangrijk om rollen en verantwoordelijkheden vast te leggen (Pameijer, 2014 http://wij-leren.nl/ouders-onderwijs.php).

Verder is het in het kader van de samenwerkingsstructuur van belang dat ouders feedback aan de school of aan individuele leraren kunnen geven en dat daar aandacht aan wordt besteed, bijvoorbeeld via oudertevredenheidsonderzoek of gewoon door ernaar te vragen. Intakegesprekken en inloopochtenden bieden leraren mogelijkheden ouders aan te spreken, en andersom, en zo een vertrouwensband te ontwikkelen. Ook bieden zij een gelegenheid om ouders te informeren over onderwijsondersteunend gedrag thuis en het belang als ‘rolmodel’ voor het verhogen van leerresultaten van hun kinderen (Van Eck, e.a. 2013).

En ten slotte, een partnerschapsstructuur houdt ook in dat het ouderbeleid wordt gekoppeld aan professionaliseringsbeleid en deel uitmaakt van kwaliteitszorg (de PCDA-cyclus), met inbreng van de betrokkenen wordt geëvalueerd en bijgesteld.

Partnerschapsbereidheid

Cruciaal voor goede samenwerking is de partnerschapsbereidheid: de wil bij zowel de ouders als de leraren om het partnerschap gezamenlijk aan te gaan. Het vanuit de school werken aan een gezamenlijke grondhouding van school en ouders op het gebied van waarden, normen en opvoeding, waardering tonen voor de inspanningen van ouders en positief naar hen zijn (niet alleen contact hebben bij slecht nieuws) en werken aan een gelijkwaardige manier van samenwerking zijn factoren die van groot belang zijn voor een goede samenwerkingsbereidheid en daarmee leiden tot positieve ontwikkelingen bij leerlingen (Klaassen, Vreugdenhil & Boonk, 2011). Daarbij moet aandacht worden besteed aan het beeld dat ouders van hun eigen (mogelijke) rol hebben, de persoonlijke onderwijs- en leerervaringen die ouders met zich meedragen, hun kennis en vaardigheden en de tijd en energie die zij kunnen inzetten.

Uit onderzoek komen de volgende suggesties voor het versterken van de bereidheid tot samenwerking naar voren:

  • Betrek ouders met hun eigenstandige inbreng bij de opvoeding in het omgaan met waardenoverdracht en –stimulering.
  • Sta open voor elkaars culturele en religieuze achtergronden en beschouw onderwijs en opvoeding als gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid.
  • Plaats het onderwerp van de betrokkenheid van moeilijk bereikbare ouders hoog op de beleidsagenda van schoolbesturen en scholen.
  • Reken de samenwerking tussen ouders en school in de godsdienstige/levensbeschouwelijke vorming nadrukkelijk tot het takenpakket van de school.
  • Daag alle ouders nadrukkelijk uit hun bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de school en daarmee aan hun verantwoordelijkheid voor de school en de samenleving (Van Eck, e.a., 2013).

Partnerschapsvaardigheden

Het betrekken van ouders uit lagere sociale milieus bij het onderwijs blijken veel leraren lastig te vinden. Verschillen in opvattingen over professioneel onderwijs en de rol van de ‘ideale’ ouder liggen hieraan ten grondslag (Smit e.a., 2007). Leraren dienen over voldoende interculturele vaardigheden beschikken en open te staan voor een diversiteit aan vormen van ouderbetrokkenheid. Een belemmering voor partnerschap is namelijk dat ouders vaak worden gezien als één homogene groep, waarbij een ‘one-size-fits-all’-aanpak in de communicatie en de samenwerking, gedefinieerd vanuit een middenklasse-perspectief, volstaat. Dit terwijl veel ouders niet in deze benadering passen. Leraren zouden moeten kunnen groeien in hun responsiviteit. Hiertoe kunnen zij onder andere worden gestimuleerd door het volgen van trainingen in interculturele communicatie of het afleggen van huisbezoeken of door gezamenlijk te reflecteren op praktijkervaringen met ouders (Van Eck, e.a., 2013).

Competenties van leraren

In de SBL-competenties voor leraar primair onderwijs maken competenties van leraren binnen het educatief partnerschap deel uit van competentie 6; Competent in het samenwerken met de omgeving. In de uitwerking (zie bijlage) komen elementen naar voren als ‘afstemming van het professioneel handelen op dat van anderen buiten de school’, ‘ouders informeren en informatie van ouders gebruiken’, ‘professionele opvattingen en werkwijze met betrekking tot een leerling aan ouders kunnen verantwoorden’, en ‘bekend zijn met de leefwereld van ouders of verzorgers en met de culturele achtergronden van de kinderen en weten hoe daar rekening mee te houden in het doen en laten als leraar’. De onderzoeksliteratuur biedt gedetailleerde uitwerkingen van de benodigde competenties, in termen van kennis, vaardigheden en attituden.

Zo wijzen Bakker, e.a. (2013) op het belang van een positieve en onbevooroordeelde houding tegenover de betrokkenheid van ouders bij school en bij het kind thuis. Het gaat om een combinatie van kennis en attitude, niet te vlug oordelen over ouders en hun betrokkenheid, het willen begrijpen van de thuiscultuur van leerlingen. Voorwaarde voor een open en transparante communicatie is dat leraren ook een goed inzicht hebben in hun eigen geschiedenis en context en de rol die deze spelen in hun contact met ouders. Broerse en Spreij (2009) spreken in dit verband over de noodzaak dat leraren hun eigen ‘sociale bril’ kritisch beschouwen.

Voor een goede begeleiding van leerlingen is het van belang dat helderheid wordt gecreëerd over verwachtingen en dat wordt gestreefd naar een constructieve afstemming tussen school en ouders in de begeleiding van kinderen. Leraren moeten ouders gerichte vragen kunnen stellen en concrete en praktisch bruikbare adviezen kunnen geven ter ondersteuning van hun kind. Ten slotte moeten leraren in staat zijn (formele en informele) gesprekken te voeren over de ontwikkeling en het leren van kinderen en over de manier waarop die processen thuis te bevorderen zijn.

Daarvoor zijn vaardigheden op het gebied van interculturele communicatie een essentiële voorwaarde. Het opdoen van ervaring met huisbezoek en kunnen reflecteren op praktijkervaringen die leraren in de contacten met ouders opdoen, dragen bij aan de ontwikkeling van deze vaardigheden. Broerse en Spreij (2009) wijzen verder op de bijdrage die gesprekstechnieken vanuit de ‘oplossingsgerichte benadering’ kunnen leveren aan een goede, gelijkwaardige communicatie met ouders.  

Geraadpleegde bronnen

  • Bakker, J., Denessen, E., Dennissen, M. & Oolbekkink-Marchand, H. (2013). Leraren en ouderbetrokkenheid. Een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Nijmegen: Radboud Universiteit. http://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/121840/121840-OA.pdf?sequence=1
  • Broerse, A., & Spreij, L. (2009). Parameters in de dynamiek van educatief partnerschap. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 48, 483-492.
  • Eck, E. van, Heemskerk, I.M.C.C. Klaassen, C., & Vreugdenhil, B. (2013). Big Picture Learning en de ondersteuning van ouders. Amsterdam: Kohnstamm Instituut/ Nijmegen: Radboud Universiteit. http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/ki910.pdf
  • Epstein, J. L., Sanders, M. G., Sheldon, S. B., et al. (2009). School, family, and community partnerships: Your handbook for action (3rd edition). Thousand Oaks, CA: Corwin Press.
  • Klaassen, C. (2008). Scholen op weg naar educatief partnerschap met ouders. Nijmegen: Radboud Universiteit.
  • Klaassen, C., Vreugdenhil, B., & Boonk, L. (2011). Ouders en de loopbaanoriëntatie van hun kinderen. Nijmegen: Radboud Universiteit.
  • Onderwijsraad (2010). Ouders als partners. Den Haag: Onderwijsraad.
  • Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R., & Brus, J. (2007). Ouders, scholen en diversiteit. Ouderbetrokkenheid en –participatie op scholen met veel en weinig achter-standsleerlingen. Nijmegen: ITS.
  • Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R. & Brus, M. (2008). Ouders en innovatief onder-wijs. Ouderbetrokkenheid en -participatie op scholen met vormen van ‘nieuw leren’. Nijmegen: ITS.
  • Smit, F., Wester, M., & van Kuijk, J. (2012). Ouderbetrokkenheid en verbeteren leerprestaties. Literatuurstudie. Nijmegen: ITS.
  • Vogels, R. (2002). Ouders bij de les. Betrokkenheid van ouders bij de school van hun kind. Den Haag: SCP.
  • Wit, C. de (2006). Partnerschap tussen school en ouders als vruchtbare inbedding voor medezeggenschap. In F. Smit (Ed.), Surfen op de golven van de medezeggenschap in het onderwijs (pp. 74-78). Alphen aan den Rijn: Kluwer.

Meer weten

Bijlage Competentie 6 uit de SBL-competenties

COMPETENT IN HET SAMENWERKEN MET DE OMGEVING

De leraar primair onderwijs moet contacten onderhouden met de ouders of verzorgers van de kinderen. Hij moet er ook voor zorgen dat zijn professionele handelen en dat van anderen buiten de school goed op elkaar zijn afgestemd. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar primair onderwijs en om die competentie waar te kunnen maken moet de leraar competent zijn in het samenwerken met de omgeving van de school.

Een leraar die competent is in het samenwerken met de omgeving, levert in het belang van de kinderen zijn bijdrage aan een goede samenwerking met mensen en instellingen in de omgeving van de school. Dat wil zeggen dat zo’n leraar

  • Goede contacten onderhoudt met de ouders of verzorgers van de kinderen
  • Goede contacten onderhoudt met anderen mensen en instellingen die ook te maken hebben met de zorg voor de kinderen.

Bekwaamheidseis bij deze competentie:

De leraar primair onderwijs onderschrijft zijn verantwoordelijkheid in het samenwerken met de omgeving van de school. Hij heeft voldoende kennis en vaardigheid om goed samen te werken met mensen en instellingen die betrokken zijn bij de zorg voor de kinderen en bij zijn school.
Om te voldoen aan deze bekwaamheidseis moet de leraar primair onderwijs:

Het volgende doen:

  • Hij geeft op een professionele manier aan ouders en andere belanghebbenden informatie over de kinderen en hij gebruikt de informatie die hij van hen krijgt
  • Hij neemt op een constructieve manier deel aan verschillende vormen van overleg met mensen en instellingen buiten de school
  • Hij verantwoordt zijn professionele opvattingen en werkwijze met betrekking tot een leerling aan ouders en andere belanghebbenden en past in gezamenlijk overleg zo nodig zijn werk met die leerling aan.

De volgende kennis hebben:

  • Hij is bekend met de leefwereld van ouders of verzorgers en met de culturele achtergronden van de kinderen en hij weet hoe hij daar rekening mee moet houden in zijn doen en laten als leraar
  • Hij is op de hoogte van de professionele infrastructuur waar zijn school onderdeel van is.

Gerelateerd

Ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid - communicatie - educatief partnerschap
Arja Kerpel
Ouderbetrokkenheid een hype?
Ouderbetrokkenheid: een hype?
Peter de Vries
Ouderbetrokkenheid in VO
Ouderbetrokkenheid in het Voortgezet Onderwijs
Peter de Vries
Ouderbetrokkenheid 3.0
Ouderbetrokkenheid 3.0
Peter de Vries
Samen sterk
Samen sterk - Ouderbetrokkenheid en schoolsucces
Arja Kerpel

Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid vergroten?
Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid versterken?
Ouderbetrokkenheid en leerresultaten
Wat is de relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten?
Ouderportalen
Welke voor- en nadelen zien scholen, ouders en besturen in ouderportalen?
Nurture of nature
Invloed van gezin, school en docent op ontwikkeling natuurlijke talenten in het basisonderwijs
Welwillend tegenover zorgleerlingen
Ouders welwillend tegenover ‘zorgleerlingen’ in de klas
Digitaal oefenen taal rekenen vo
Digitaal oefenen en ouderbetrokkenheid bij taal- en rekenprestaties in het voortgezet onderwijs
Leraren en ouderbetrokkenheid
De rol van leraren in de effectiviteit van ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po
Ouderbetrokkenheid bij schoolbeleid van het primair onderwijs
Ouderparticipatie nieuwe leren
Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op scholen met vormen van ‘nieuw leren’
Onderwijs-ouderbetrokkenheid
Onderwijs op maat en ouderbetrokkenheid
Ouderbeleid achterstandsleerlingen
Ouderbeleid in scholen met veel en weinig achterstandsleerlingen
Keuzevrijheid
Keuzevrijheid van ouders bij het onderwijs voor kinderen met beperkingen
Positie ouders binnen LGF
Positie van ouders binnen de Regeling Leerlinggebonden Financiering (LGF)
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.