Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief
Nico den Breejen
Onderwijskundige bij Wij-leren.nl
Geraadpleegd op 14-07-2026,
van https://wij-leren.nl/bespreking-klassenmanagement-interpersoonlijk-perspectief.php/
Laatst bewerkt op 6 juli 2026

Waarom lukt het de ene leraar moeiteloos om een positieve, rustige en leergerichte sfeer te creëren, terwijl een andere leraar met dezelfde klas voortdurend moet vechten voor orde? In Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief wordt duidelijk dat het antwoord ligt in de manier waarop leraren en leerlingen met elkaar omgaan. Dit boek laat zien hoe gedrag, interacties en relaties elkaar continu beïnvloeden en hoe je als leraar daar bewust sturing aan kunt geven.
Samenvatting
Het boek Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief van prof. dr. Wubbels, prof. dr. Den Brok, dr. Claessens, prof. dr. Mainhard en prof. dr. Van Tartwijk vertrekt vanuit een herkenbare observatie: de sfeer in een klas kan sterk verschillen per leraar, zelfs wanneer het om dezelfde groep leerlingen gaat.
In de inleiding wordt dit zichtbaar gemaakt aan de hand van vier typerende leraren. Gerard combineert duidelijkheid met betrokkenheid en creëert een ontspannen en doelgerichte leeromgeving. Tonia toont betrokkenheid maar mist sturing, waardoor leerlingen hun eigen gang gaan. Wander mist zowel sturing als relatie en belandt in conflicten en wanorde. Stijn heeft sterke sturing, maar weinig nabijheid, waardoor een gespannen en prestatiegerichte sfeer ontstaat. Deze vier voorbeelden maken duidelijk dat klassenmanagement in essentie draait om de kwaliteit van de interactie tussen leraar en leerlingen en de relatie die daaruit voortvloeit.
"Dezelfde klas kan een totaal andere sfeer hebben, afhankelijk van de leraar die ervoor staat."
Het boek heeft als doel leraren inzicht te geven in deze interacties en relaties, zodat zij bewust kunnen sturen op een positieve en effectieve leeromgeving. De auteurs kiezen daarbij expliciet voor één theoretisch perspectief: het interpersoonlijke perspectief. Dit perspectief richt zich op de manier waarop leraar en leerlingen met elkaar omgaan, hoe gedrag elkaar beïnvloedt en hoe relaties zich ontwikkelen in de tijd. Klassenmanagement wordt daarbij niet beperkt tot orde houden of probleemgedrag aanpakken, maar omvat alles wat de leraar doet om een omgeving te creëren waarin zowel de cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen wordt ondersteund.
"Klassenmanagement krijgt vorm in de dagelijkse interacties tussen leraar en leerlingen."
Kijken naar lesgeven
Een belangrijk uitgangspunt is dat je naar een les vanuit verschillende perspectieven kunt kijken. Je kunt kijken naar de didactiek: de opbouw van de les, de kwaliteit van de vragen en de aansluiting bij voorkennis. Je kunt kijken naar de inhoud: wat leren leerlingen precies? Maar je kunt ook kijken naar de interactie: hoe gedragen leraar en leerlingen zich naar elkaar, hoe reageren zij op elkaar en welke sfeer ontstaat daaruit? Het interpersoonlijke perspectief richt zich op dit laatste. Het fungeert als een soort bril waarmee je lessen bekijkt, waarbij interacties en relaties centraal staan.
De klas wordt daarbij gezien als een complexe omgeving. Er gebeurt veel tegelijk, gebeurtenissen volgen elkaar snel op en zijn vaak onvoorspelbaar. Alles wat de leraar doet, is zichtbaar voor leerlingen en roept reacties op. Bovendien bouwen leraar en leerlingen samen een geschiedenis op, waarin patronen, routines en verwachtingen ontstaan. Deze complexiteit maakt dat klassenmanagement een voortdurende afstemming vraagt.
"Klassenmanagement vraagt om voortdurende afstemming in een omgeving waarin alles met elkaar samenhangt."
Gedrag, interacties en relaties
Binnen het interpersoonlijke perspectief worden gedrag, interacties en relaties scherp onderscheiden. Gedrag is wat iemand op een bepaald moment doet, zoals iets zeggen, een gebaar maken of een blik werpen. Interacties zijn reeksen van gedrag: een leerling zegt iets, de leraar reageert, de leerling reageert weer. Dit zijn ketens van actie en reactie. Relaties verwijzen naar het stabielere patroon dat in deze interacties zichtbaar wordt: hoe leraar en leerling elkaar doorgaans ervaren en benaderen.
Daarnaast wordt het begrip ‘interpersoonlijke stijl’ geïntroduceerd. Dit is de manier waarop een leraar in verschillende klassen overkomt. Sommige leraren zijn structureel meer sturend, anderen meer ondersteunend. Deze stijl is herkenbaar over situaties heen en vormt een belangrijk onderdeel van hoe leerlingen de leraar ervaren.
"Relaties ontstaan uit patronen van terugkerende interacties."
Wederzijdse beïnvloeding en interactieketens
Een kerninzicht van het boek is dat leraar en leerlingen elkaar voortdurend beïnvloeden. Gedrag staat nooit op zichzelf, maar maakt deel uit van een keten. De leraar reageert op gedrag van leerlingen, leerlingen reageren weer op de leraar. Deze wederzijdse beïnvloeding kan leiden tot positieve spiralen, maar ook tot vicieuze cirkels waarin ongewenst gedrag versterkt wordt. In Figuur 1 maken de auteurs dit op treffende wijze zichtbaar.

Figuur 1. Opeenvolging van gedrag en percepties van gedrag van leerkracht en leerling(en) van moment tot moment. Bron: Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief, p. 31.
Belangrijk is dat deze processen vaak niet bewust verlopen. Leraren en leerlingen schrijven gedrag regelmatig toe aan de ander (‘de klas is te druk’, ‘de leraar is te streng’), terwijl het in werkelijkheid gaat om interacties waarin beide partijen een rol spelen. Voor verbetering is het daarom niet zinvol om een schuldige aan te wijzen. De effectieve ingang voor verandering is het gedrag van de leraar zelf, dat is immers waar de leraar direct invloed op heeft.
"Wie patronen in de klas wil doorbreken, doet er goed aan eerst naar het eigen handelen te kijken."
De rol van perceptie
Een cruciaal aspect in deze interacties is perceptie. Leerlingen reageren niet op wat de leraar bedoelt, maar op hoe zij het gedrag interpreteren. De intentie van de leraar is dus minder belangrijk dan de manier waarop het gedrag overkomt. Dit betekent dat misverstanden gemakkelijk kunnen ontstaan. Wat bedoeld is als humor kan als sarcasme worden ervaren en een correctie kan als onrechtvaardig worden opgevat.
Percepties worden beïnvloed door verschillende factoren: eerdere ervaringen, de bestaande relatie met de leraar, stereotypen over leraren en de persoonlijke situatie van de leerling. Hierdoor kunnen leerlingen hetzelfde gedrag verschillend interpreteren. Dit maakt het noodzakelijk dat leraren zich bewust zijn van hun effect op leerlingen en hun gedrag daarop afstemmen.
"Het effect van een boodschap wordt mede bepaald door de ervaringen en verwachtingen van de leerling."
Inhoud en betrekking
Het boek maakt gebruik van een belangrijk onderscheid uit de communicatietheorie: elk gedrag heeft een inhouds- en een betrekkingsaspect. Het inhoudsaspect verwijst naar de boodschap zelf, bijvoorbeeld een instructie. Het betrekkingsaspect verwijst naar de relatie die in die boodschap wordt uitgedrukt: vriendelijk, dominant, afstandelijk of betrokken.
Het betrekkingsaspect wordt vooral via non-verbaal gedrag gecommuniceerd. Elementen zoals lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, stemgebruik en afstand spelen hierin een grote rol. Dezelfde woorden kunnen een totaal andere betekenis krijgen afhankelijk van hoe ze worden uitgesproken. Daarmee wordt duidelijk dat effectief klassenmanagement niet alleen draait om wat je zegt, maar vooral om hoe je het zegt.
Non-verbaal gedrag heeft bovendien het voordeel dat het subtiel en continu kan worden ingezet. Een blik, een houding of een kleine beweging kan al voldoende zijn om gedrag bij te sturen zonder de les te onderbreken. Ervaren leraren maken hier veel gebruik van, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn.
"Stemgebruik, houding en gezichtsuitdrukking geven betekenis aan woorden."
Invloed en nabijheid
Om het betrekkingsaspect systematisch te beschrijven, introduceert het boek twee dimensies: invloed en nabijheid. Invloed verwijst naar de mate waarin de leraar regie en controle uitoefent. Nabijheid verwijst naar de mate van warmte, betrokkenheid en vriendelijkheid.
Deze twee dimensies vormen samen de basis van de Interpersoonlijke Cirkel, een model waarmee gedrag en relaties geanalyseerd kunnen worden (zie Figuur 2). Verschillende combinaties van invloed en nabijheid leiden tot verschillende stijlen van interactie. Een hoge mate van beide leidt tot effectief leiderschap, zoals zichtbaar wordt bij leraar Gerard. Lage invloed en hoge nabijheid leiden tot vrijblijvendheid, zoals bij leraar Tonia. Lage nabijheid en hoge invloed leiden tot spanning, zoals bij leraar Stijn. Lage scores op beide dimensies leiden tot chaos, zoals bij leraar Wander.
De kern van effectief klassenmanagement ligt in het vinden van een combinatie van sterke invloed en sterke nabijheid. Leerlingen hebben behoefte aan duidelijkheid en structuur, maar ook aan een positieve relatie. Deze combinatie zorgt voor een veilige en productieve leeromgeving.
"Leerlingen kunnen floreren bij een combinatie van duidelijke sturing en oprechte betrokkenheid."

Figuur 2. Ordening van interpersoonlijke woorden in een cirkel (links) en de Interpersoonlijke Cirkel voor de leraar (rechts). Bron: Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief, p. 39.
Het belang van relaties
Het boek onderbouwt uitgebreid het belang van een goede leraar-leerlingrelatie. Positieve relaties hangen samen met betere leerprestaties, hogere motivatie en meer betrokkenheid. Dit geldt voor alle typen leerlingen en alle onderwijsniveaus. Voor kwetsbare leerlingen is een goede relatie zelfs extra belangrijk.
Tegelijkertijd wordt benadrukt dat vriendelijkheid alleen niet voldoende is. Duidelijke verwachtingen en consequente handhaving van regels zijn essentieel. Zonder structuur ontstaat onduidelijkheid en neemt de motivatie af. De meest effectieve leraren combineren daarom duidelijkheid met betrokkenheid.
Deze inzichten sluiten aan bij de zelfdeterminatietheorie, waarin drie basisbehoeften centraal staan: verbondenheid, competentie en autonomie. Het interpersoonlijke perspectief richt zich vooral op verbondenheid, maar laat zien dat deze behoefte nauw samenhangt met de andere twee.
"Een sterke leraar-leerlingrelatie draagt bij aan leren, motivatie en betrokkenheid."
Effect op de leraar
Niet alleen leerlingen profiteren van goede relaties, ook leraren zelf. Positieve interacties vergroten het werkplezier en verminderen stress. Negatieve interacties leiden juist tot frustratie en emotionele belasting. Het voortdurend moeten corrigeren van leerlingen en het ervaren van weerstand vraagt veel energie en kan leiden tot uitputting.
Het boek introduceert in dit verband het begrip emotionele arbeid: het bewust reguleren van emoties in contact met leerlingen. Leraren laten niet altijd zien wat ze op dat moment voelen. Soms blijf je rustig terwijl je eigenlijk boos of gefrustreerd bent. Dat kost energie. Een positieve relatie met leerlingen vermindert deze belasting en draagt bij aan duurzaam functioneren.
"Emotionele arbeid hoort bij lesgeven en vraagt om bewust omgaan met gevoelens en reacties."
Professionele ontwikkeling
Het boek benadrukt dat effectief interpersoonlijk gedrag ontwikkeld moet worden en dus niet vanzelf ontstaat. Reflectie is daarbij essentieel. Leraren moeten hun eigen gedrag analyseren, doelen stellen en gericht oefenen. Feedback van collega’s speelt een belangrijke rol, omdat anderen vaak beter zien welk effect gedrag heeft.
De ontwikkeling van leraren verloopt volgens fasen. In de beginfase staan zorgen over overleven centraal: orde houden en controle krijgen. Daarna verschuift de focus naar didactiek en effectiviteit. In latere fasen ontstaat meer aandacht voor de impact op leerlingen en voor bredere onderwijsdoelen. Het interpersoonlijke perspectief helpt om deze ontwikkeling te versnellen door gerichte inzichten te bieden in gedrag en interacties.
"Inzicht in gedrag en interacties helpt leraren om zich doelgericht verder te ontwikkelen."
Bespreking
Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief is een boek dat direct opvalt door de combinatie van sterke theoretische onderbouwing en zeer goede praktische toepasbaarheid. De auteurs slagen erin om complexe inzichten uit de interpersoonlijke theorie helder en toegankelijk te vertalen naar de dagelijkse onderwijspraktijk. Het leest alsof de auteurs niet alleen onderzoekers en professoren zijn, maar ook zelf nog dagelijks voor de klas staan.
"Het is net alsof de auteurs niet alleen onderzoekers en professoren zijn, maar ook zelf nog dagelijks voor de klas staan."
Wat het boek bijzonder sterk maakt, zijn de zeer herkenbare casussen en praktijkvoorbeelden. Vrijwel iedere leraar zal situaties herkennen waarin lessen ontsporen, interacties vastlopen of de sfeer in de klas onder druk komt te staan. De auteurs beschrijven deze situaties niet oppervlakkig, maar analyseren ze vanuit interacties, percepties en relaties tussen leraar en leerlingen. Daardoor ga je als lezer anders kijken naar wat er in de klas gebeurt. De taal blijft daarbij helder, concreet en praktisch.
Sterk is ook dat het boek zichtbaar maakt hoe kleine verschillen in gedrag grote gevolgen kunnen hebben voor de sfeer in de klas. In Figuur 1 (zie hierboven) laten de auteurs treffend zien hoe een kleine verandering in houding of reactie van de leraar kan leiden tot totaal andere interactiepatronen. Daarmee wordt duidelijk hoe bepalend het gedrag van de leraar is voor wat er vervolgens in de klas gebeurt.
Het boek biedt een samenhangend en praktisch toepasbaar kader voor klassenmanagement. Door te focussen op interacties, percepties en relaties wordt zichtbaar hoe gedrag ontstaat en hoe het beïnvloed kan worden. De centrale boodschap is: gedrag roept gedrag op. Leraren hebben, door bewust om te gaan met hun eigen gedrag, een belangrijke sleutel in handen om de sfeer en het leren in de klas positief te beïnvloeden.
"Wie anders leert kijken naar interacties, krijgt meer grip op wat er in de klas gebeurt."
Een grote meerwaarde is dat klassenmanagement veel breder wordt benaderd dan alleen orde houden. Het gaat over het creëren van een veilige, positieve en leergerichte omgeving waarin leerlingen zich gezien voelen en tot leren komen. Daarbij benadrukken de auteurs voortdurend het belang van balans. Alleen vriendelijk zijn is niet voldoende, maar alleen streng zijn ook niet. Effectief klassenmanagement ontstaat in de combinatie van duidelijkheid, structuur, warmte en relatie.
Het boek is zeer geschikt voor leraren die meer grip willen krijgen op de omgang met leerlingen en bewust willen werken aan relaties en interacties in de klas. Beginnende leraren zullen veel steun hebben aan de concrete voorbeelden en praktische handvatten, maar ook voor ervaren leraren, opleiders en begeleiders biedt het boek veel verdieping.
De auteurs slagen erin om wetenschappelijke inzichten toegankelijk te maken zonder ze te versimpelen. Dat maakt het boek zeer waardevol voor de dagelijkse praktijk en voor lerarenopleidingen en professionaliseringstrajecten. Het helpt om anders naar gedrag in de klas te kijken: niet als iets wat alleen door leerlingen veroorzaakt wordt, maar als iets dat ontstaat in interactie en dus ook beïnvloedbaar is.
"Dit boek nodigt uit om met een andere blik naar gedrag en relaties in de klas te kijken."
Wie meer inzicht krijgt in die interacties, krijgt ook meer grip op de klas. En wie de balans weet te vinden tussen invloed en nabijheid, kan een leeromgeving creëren waarin leerlingen zich veilig voelen, betrokken raken en tot leren komen.
Bestellen
Het boek Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief is te bestellen via bol.com:
