Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken!

Wat zegt een disharmonisch intelligentieprofiel over de vervolgopleiding?

Geplaatst op 6 december 2018

Disharmonische intelligentieprofielen en leesvaardigheid bij vmbo-leerlingen: feiten en vragen

In het onderwijs en de leerlingenzorg is regelmatig aandacht voor leerlingen met een zogenoemd disharmonisch intelligentieprofiel. Dit verwijst naar een opvallend verschil tussen het verbale IQ (VIQ) en het performale IQ (PIQ), zoals gemeten met de Weschler Intelligence Scale for Children (WISC-III). In de praktijk worden deze profielen geregeld in verband gebracht met leerproblemen, gedragsproblemen of ontwikkelingsstoornissen. Maar klopt dat wel? En in hoeverre zijn deze profielen relevant voor de instroom in het vmbo?

Wat is een disharmonisch profiel?

Een disharmonisch intelligentieprofiel ontstaat wanneer er een groot verschil zit tussen de scores op het verbale en het performale deel van een IQ-test. Het verbale IQ weerspiegelt taalvaardigheid, algemene kennis en het vermogen tot verbaal redeneren. Het performale IQ daarentegen gaat over ruimtelijk inzicht, handelend vermogen en het praktisch toepassen van kennis. Leerlingen met een disharmonisch profiel kunnen bijvoorbeeld verbaal sterk zijn, maar moeite hebben met het organiseren van taken of het praktisch toepassen van informatie. Of juist andersom: ze kunnen goed zijn in handelend denken, maar zwakker in taalgebruik en abstracte uitleg.

Dit verschil kan in de praktijk leiden tot verwarring of verkeerde aannames. Een leerling met een hoog performaal IQ maar een laag verbaal IQ kan worden onderschat op school, juist omdat taal in het onderwijs zo'n centrale rol speelt. Tegelijkertijd roept zo'n profiel de vraag op of er sprake is van onderliggende problematiek.

Verband met leer- en gedragsproblemen?

In de leerlingbegeleiding wordt een disharmonisch profiel soms gezien als risicofactor voor leer- of gedragsproblemen. Toch laat onderzoek zien dat dit beeld genuanceerd moet worden. Er is geen overtuigend bewijs dat een disharmonisch IQ-profiel op zichzelf een voorspeller is van gedragsproblemen, psychosociale problemen, neurologische stoornissen of een verstoorde relatie met ouders. Ook op het gebied van zelfbeeld, autonomie of sociale acceptatie zijn geen systematische verbanden aangetoond.

Wel blijkt dat leerlingen met een relatief laag verbaal IQ vaker moeite hebben met schoolse vaardigheden zoals technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen. Dit heeft echter meer te maken met de specifieke zwakte in taalvaardigheid dan met de disharmonie op zich. Anders gezegd: het is het lage verbale IQ dat problemen voorspelt, niet het verschil tussen verbaal en performaal IQ.

Lezen in het vmbo: een ander probleem

Hoewel het verband tussen disharmonische profielen en leerproblemen dus beperkt is, blijkt er in het vmbo wel degelijk sprake te zijn van aanzienlijke leesproblemen. Uit onderzoek blijkt dat vmbo-leerlingen veel minder lezen dan hun leeftijdsgenoten op havo of vwo. In het eerste leerjaar van het vmbo geeft maar liefst 67% van de leerlingen aan nooit te lezen. Ter vergelijking: onder havo/vwo-leerlingen in dezelfde fase ligt dit percentage op 7%. In de bovenbouw van de basisschool is dat nog 17%.

Deze leesinactiviteit lijkt niet zonder gevolgen. Bijna een kwart van de vmbo-leerlingen begrijpt de teksten in hun schoolboeken onvoldoende. Ze hebben vooral moeite met moeilijke woorden, zinsconstructies en het schooltaalgebruik van leraren. Ook hun eigen woordenschat en taalproductie zijn vaak beperkt. Ter vergelijking: bij havo/vwo-leerlingen ligt het percentage dat moeite heeft met tekstbegrip op 18%.

Daarnaast ligt het niveau van de schoolteksten in het vmbo structureel lager dan in andere onderwijstypen. Dit heeft deels te maken met de doelgroep, maar roept ook de vraag op in hoeverre het onderwijs deze leerlingen voldoende uitdaagt en ondersteunt in hun taalontwikkeling. Zeker als leerlingen minder lezen in hun vrije tijd én moeite hebben met schoolse teksten, kan dit leiden tot een negatieve spiraal waarin taalvaardigheid en schoolsucces onder druk komen te staan.

Veranderingen in IQ-metingen

Een belangrijk aandachtspunt is dat het onderscheid tussen verbaal en performaal IQ specifiek is voor de WISC-III test, die in 2005 werd geïntroduceerd in Nederland maar inmiddels verouderd is. In de nieuwste versies van de Weschler-testen (WISC-IV en WISC-V) is het klassieke onderscheid tussen VIQ en PIQ verdwenen. In plaats daarvan werken deze tests met vijf indexen: verbaal begrip, visueel-ruimtelijk inzicht, werkgeheugen, verwerkingssnelheid en vloeiend redeneren. Deze indexen geven een breder en genuanceerder beeld van het cognitief functioneren van kinderen.

De WISC-V is recent ook beschikbaar in een Nederlandse versie, en de ondersteuning voor de WISC-III stopt aan het eind van dit jaar. Het gevolg hiervan is dat de discussie over disharmonische profielen op basis van VIQ en PIQ waarschijnlijk zal verdwijnen uit het diagnostisch repertoire. Diagnostici zullen zich moeten richten op andere profielen, gebaseerd op de nieuwe indeling van cognitieve vaardigheden.

Is er een trend zichtbaar?

De centrale vraag die vaak wordt gesteld, is of het aandeel leerlingen met een disharmonisch IQ-profiel toeneemt, of dat er sprake is van grotere leerachterstanden op het gebied van lezen bij vmbo-leerlingen. Op beide vragen moet het antwoord vooralsnog luiden: dat weten we niet.

Er is geen representatief onderzoek dat het aantal leerlingen met disharmonische profielen over tijd volgt, noch dat de instroom in het vmbo in relatie tot deze profielen in kaart brengt. Ook voor leesvaardigheid ontbreekt longitudinaal onderzoek waarmee trends betrouwbaar vastgesteld kunnen worden. We weten wel dát vmbo-leerlingen minder lezen, en dat hun tekstbegrip vaak onder de maat is, maar of die situatie verslechtert of juist verbetert, is onbekend.

Wat betekent dit voor beleid en praktijk?

Voor scholen, zorgteams en beleidsmakers is het belangrijk om niet te snel conclusies te trekken op basis van een disharmonisch profiel. Een verschil tussen VIQ en PIQ hoeft niet te wijzen op een stoornis of beperking, en het verklaart lang niet altijd waarom een leerling vastloopt in het onderwijs. De focus zou daarom moeten liggen op het specifieke profiel van sterktes en zwaktes van een leerling – los van de harmonie of disharmonie – en op de manier waarop taalvaardigheid in het bijzonder ondersteund kan worden.

Voor het vmbo ligt hier een extra uitdaging. De combinatie van beperkte leesmotivatie, lage tekstbegripniveaus en een complexe doelgroep vraagt om gerichte interventies. Het verbeteren van woordenschat, leesstrategieën en tekstbegrip zou hoog op de agenda moeten staan, liefst in samenhang met vakinhoudelijke lessen. Daarbij is ook aandacht nodig voor motivatie: leerlingen moeten ervaren dat lezen zinvol, haalbaar en soms zelfs leuk kan zijn.

Tegelijkertijd ligt er een taak voor de onderwijspraktijk om realistische en uitdagende leermaterialen te bieden. Teksten in schoolboeken moeten aansluiten bij het niveau van leerlingen, maar hen ook stimuleren om verder te komen. Taalarmoede los je niet op door teksten verder te versimpelen – integendeel, het risico is dat leerlingen dan nooit leren omgaan met complexere taal.

Tot slot

Hoewel het begrip disharmonisch intelligentieprofiel lange tijd een prominente plek had in psychodiagnostiek en leerlingbegeleiding, laat onderzoek zien dat de verklarende waarde ervan beperkt is. Het werkelijke probleem bij veel vmbo-leerlingen lijkt eerder te liggen in beperkte taalvaardigheid en leeservaring dan in een onevenwichtig IQ-profiel. De overstap naar modernere intelligentietesten biedt kansen om preciezer te kijken naar cognitieve sterktes en zwaktes. En voor het onderwijs blijft de uitdaging staan om alle leerlingen, ongeacht profiel of schooltype, te ondersteunen in hun taalontwikkeling – omdat lezen de sleutel is tot leren.

Geraadpleegde bronnen

  • N.J.H. Emmen. (2012). Het belang van VIQ-PIQ-discrepanties voor de diagnostiek in de kinderpsychiatrie, Masterthesis Psychologie en Geestelijke Gezondheid Kinder- en Jeugdpsychologie, Tilburg: Tilburg University http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=128413
  • P.E.A. Graauwmans, J.G.M. Scheirs, M.J.A. Feltzer, M. E.J. Kouijzer & M.M.J. de Kroon. (2017). VIQ-PIQ Discrepancies are Unrelated to Mental Health Indicators in a Child Psychiatric Sample, International Journal of Clinical Psychiatry and Mental Health, 5, p. 39-45 https://pure.uvt.nl/ws/files/17063077/ArtikelIJCPMjuly2017.pdf
  • H. Hacquebord. (2007). De leesvaardigheid van vmbo-leerlingen. In: D. Schram (Red.), Lezen in het vmbo, onderzoek, interventie, praktijk. Delft: Uitgeverij Eburon, p. 55-75 eer- leesachterstanden. https://www.lezen.nl/sites/default/files/lezen%20in%20het%20vmbo.pdf
  • T. Houtveen, S. van der Ploeg en F. Ronteltap. (2016). Wat is er uit wetenschappelijke literatuur bekend over de effectiviteit van het gebruik van leesstrategieën voor het verbeteren van begrijpend lezen bij vmbo-leerlingen die gekenmerkt kunnen worden als zwakke lezers / probleemlezers? Antwoord Kennisrotonde. https://www.nro.nl/wp- content/uploads/2016/06/031-Antwoordformulier-begrijpend-lezen.pdf
  • F. Kezera & R. S. Arikb. (2012) An examination and comparison of the revisions of the Wechsler Intelligence Scale for Children Procedia - Social and Behavioral Sciences, 46 p. 2104 – 2110 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1877042812015650
  • T.E. Moffitt & P.A. Silva. (1987). WISC-R Verbal and Performance IQ Discrepancy in an Unselected Cohort: Clinical Significance and Longitudinal Stability, Journal of Consulting and Clinical Psychology 1987, 55. p. 768-774
  • T. Nielen, S. Mol, M. Sikkema-de Jong & A. Bus. (2015). Waarom veel kinderen en adolescenten niet meer lezen. 4W Uitgave 1-2015/2016 
Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.