Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken! - mei 2026

Aandacht voor fijne motoriek in kleuterthema's

Ingrid van Bommel
Docent en kinderfysiotherapeut bij Multidisciplinair platform SchrijvenNL  

Van Bommel, I. & Feenstra, S. (2026). Aandacht voor fijne motoriek in kleuterthema's.
Geraadpleegd op 10-05-2026,
van https://wij-leren.nl/aandacht-voor-fijne-motoriek.php/
Geplaatst op 27 februari 2026
Laatst bewerkt op 20 april 2026
Aandacht voor fijne motoriek in kleuterthema's

Dit artikel is geschreven samen met Simone Feenstra. 

Het boek Aandacht voor de fijne motoriek in kleuterthema’s is geschreven voor professionals van groep 1 tot en met groep 3 uit het onderwijs zoals leerkrachten, onderwijsassistenten, leerkrachtondersteuners en pedagogisch medewerkers. Auteur Silvana Herben heeft veel ervaring opgedaan als leerkracht in de kleuterklassen en in groep 3. Daarna is ze onderwijsadviseur en docent geworden. Ze verbaasde zich erover dat er binnen het thematische aanbod weinig aandacht is voor de fijne motoriek. Daarom is ze zelf de uitdaging aangegaan met als doel de handen en vingers aan het werk te zetten. Met dit boek wil ze voorzien in een hiaat op dit gebied. 

We gaan eerst in op de inhoud van het boek. Vervolgens delen we onze feedback.

Opmaak en inhoud

Het boek bestaat uit 7 hoofdstukken en een begrippenlijst (200 pagina’s). Na de inleiding, volgt in 3 hoofdstukken de theoretische onderbouwing van

  1. leren in een betekenisvolle context;
  2. de (fijn) motorische ontwikkeling, en 
  3. het belang van spelen binnen thema’s.

Hoofdstuk 4 gaat over sensopatisch spel en bevat de verschillende fases en praktische ideeën waarbij de benodigdheden en fijnmotorische vaardigheden worden aangegeven. Hoofdstuk 5 bestaat uit een opsomming van de soorten materialen die je allemaal kunt gebruiken en bevat tevens een uitleg over ‘loose parts’ en ‘open-einde’ speelgoed. Hoofdstuk 6 beschrijft waar je zoal op moet letten bij de overgang naar groep 3 .

Het activiteitengedeelte, ingedeeld per thema, staat beschreven in hoofdstuk 7 en beslaat ruim 100 pagina’s. In dit praktisch uitvoerig beschreven hoofdstuk zijn allerlei fijnmotorische activiteiten per thema uitgewerkt.

Vrijwel alle activiteiten zijn duidelijk geïllustreerd en alle activiteiten zijn voorzien van een overzichtelijk lijstje met benodigdheden.

Zo kun je een hoek in de klas snel inrichten volgens het genoemde thema en zie je in één opslag welke fijnmotorische activiteiten er door de leerlingen geoefend worden. De illustraties zijn duidelijk en dragen bij aan de beeldvorming. Belangrijke begrippen worden in een blauwe kleur gearceerd en verwijzen naar de uitleg in de toegevoegde begrippenlijst.

Recensie

  1. Vanuit de theorische onderbouwing: Auteur gaat uit van de veronderstelling dat er een hoge relatie is tussen schrijfmoeilijkheden en fijne motoriek; Om deze visie te onderbouwen zijn verschillende professionals aangehaald, waaronder wetenschappers en ervaringsdeskundigen, die aangeven dat fijn motorische achterstanden kunnen leiden tot onhandigheid en een onrijp zenuwstelsel. De genoemde deskundigen beschikken echter over diverse achtergronden, zoals wetenschap en onderwijs, en hanteren daardoor verschillende – en ook achterhaalde – visies zoals neurologische rijping en reflextheorie (zie hoofdstuk 2). Hierdoor blijft het bij het citeren van enkele uitspraken bijvoorbeeld over het belang van enkele reflexen voor het latere leerproces en wordt geen zorgvuldige theoretische onderbouwing gegeven waarom nu precies de fijne motoriek achteruit is gegaan.
  2. Met het oog op de praktijk: Dit boek voor professionals van groep 1 tot en met groep 3 leest prettig en is vlot geschreven. Het biedt praktisch uitvoerbare ideeën om fijnmotorische vaardigheden te oefenen in de klas. Het boek bevat tal van mogelijkheden om kinderen met verschillende soorten materialen gevarieerd en betekenisvol te laten experimenteren. De activiteiten zijn uitgewerkt rondom thema’s waarbij verschillende ontwikkelingsgebieden geïntegreerd worden.

Het boek leent zich uitstekend als naslagwerk om ideeën op te doen. Per activiteit is in één oogopslag zichtbaar welke fijnmotorische vaardigheden worden geoefend.

Alle fijnmotorische activiteiten rondom een thema kunnen in een ‘speelhoek’ van de klas opgesteld worden. Auteur heeft als duidelijke missie om handen en vingers actief aan het werk te zetten, wat consequent in het boek naar voren komt. Het resultaat is een praktisch en toegankelijk boek, waarin motorische activiteiten op een doordachte manier zijn geïntegreerd binnen een thematisch aanbod. Deze wijze van aanbieden past bij de huidige visie op motorisch leren en geeft een transfer naar de dagelijkse situatie. 

Belangrijk is wel dat de leerkracht voldoende tijd inruimt om de kinderen daadwerkelijk veel en gevarieerd te laten experimenteren en spelen met de opgestelde materialen. De intensiteit (frequentie en duur) van een activiteit wordt echter niet genoemd. 

Ten slotte

Dit boek bevat veel oefeningen en ideeën om de fijne motoriek binnen een thema in de klas te oefenen. Daarmee wordt de vraag die de auteur zich gesteld heeft: ‘Wat gaan we doen aan de onvoldoende oefening van fijnmotorische vaardigheden?’ beantwoord. Het boek vult hiermee het hiaat; er is nu een praktisch ‘thematisch’ boek om betekenisvol de fijne motoriek te oefenen. Hierin heeft het boek een grote waarde voor het kleuteronderwijs. 

Het boek mist jammer genoeg de hedendaagse theoretische basis omtrent breinontwikkeling en de ontwikkeling van de fijne motoriek. Daar hoort een onderbouwing bij. Want als je als leerkracht weet waarom het belangrijk is om bepaalde fijn motorische vaardigheden te oefenen kun je kinderen nog beter ondersteunen. De auteur heeft veel praktijkervaring. Dat vormt een belangrijke bron van inzicht in evidence-informed onderwijs. Tegelijkertijd vraagt het presenteren van kennis als ‘waar’ (of wetenschappelijk onderbouwd) om zorgvuldigheid. In dit boek vervaagt de grens tussen persoonlijke ervaring, anekdotisch bewijs en wetenschappelijke onderbouwing, waardoor conclusies worden getrokken die niet stroken met de hedendaagse stand van onderzoek. 

Hedendaagse wetenschappelijke opvatting als uitgangspunt voor de praktijk 

Ons brein kan veranderen en kan zich aanpassen. Deze hedendaagse visie noemen we ‘neuroplasticiteit’. Hierdoor kunnen we nieuwe dingen leren, vaardigheden ontwikkelen en ons brein kan soms ook herstellen. Gericht en vaak oefenen met taken in een stimulerende omgeving speelt hierbij een belangrijke rol, want fijnmotorische vaardigheden moet je leren! En als je oefent, word je alleen beter in de vaardigheid die je oefent. 

Een voorbeeld: Als je oefent met knippen verbetert het knippen en kun je niet verwachten dat daarmee het hanteren van een krijtje of potlood ook verbetert. Wil je het (voorbereidend) schrijven verbeteren, laat de leerlingen dan steeds oefenen met schrijfgerei in de hand.

Auteur refereert in haar boek naar de Kennisrotonde, een orgaan dat op basis van evidentie antwoorden op vragen uit het onderwijs geeft. We verwijzen hier naar een recente publicatie van de Kennisrotonde in relatie tot dit onderwerp. 

https://www.kennisrotonde.nl/vraag-en-antwoord/effect-reflextherapie-op-leer-en-gedragsproblemen

Deze review is geschreven door Ingrid van Bommel en Simone Feenstra van het multidisciplinaire platform SchrijvenNL

Bestellen

Het boek Aandacht voor fijne motoriek in kleuterthema's is te bestellen via bol.com:


Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.